is toegevoegd aan uw favorieten.

De grondslagen der maatschappijschool

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelfkennis en tot kennis van de psyche der leerlingen van het voortgezet onderwijs, verder tot het doel, waarnaar hij met zijn onderwijs moet streven ook in verband met het algemeene doel der scholen, waaraan hij werkzaam zal zijn. Ten slotte zal lüj de middelen moeten kennen, die tot het doel kunnen voeren. Hij zal dus elementaire kennis moeten krijgen van paedagogiek, psychologie en methodiek, verbonden met een algemeene oriënteering in de wording en het wezen van het Nederlandsche voortgezet onderwijs.

In Nederland zijn verschillende voorwaarden voor goed voortgezet onderwijs aanwezig, niet het minst door de persoonlijkheid der leeraren. Een oude Duitsche Sanitatsrat vestigde er eens mijn aandacht op, dat Nederland zooveel bekwame artsen had opgeleverd. Hij schreef dat vooral toe aan het volkskarakter. De Nederlander was in het algemeen een rustige persoonlijkheid en een arts heeft in de eerste plaats noodig, dat hij een sfeer van rust en vertrouwen weet te scheppen, meende hij. Ik geloof, dat hij hetzelfde van den Nederlandschen leeraar zou kunnen zeggen.

Er is echter verschil. De arts wordt niet slechts theoretisch, doch ook practisch voor zijn maatschappelijke taak voorbereid; bij den leeraar is van dit laatste geen sprake. Bovendien wreekt zich het sterke individualisme van den Nederlander bij de leeraarsfunctie meer dan bij het beroep van den arts.

Behalve de algemeene persoonlijkheid van den Nederlandschen leeraar werken ook de vele gelegenheden tot het verkrijgen van een goede wetenschappelijke opleiding er toe mede geschikte leeraren te krijgen In vakkennis zal de Nederlandsche leeraar voor zijn buitenlandsche collega's dan ook niet behoeven onder te doen.

Des te zonderlinger is het, dat de opleiding voor de leeraarsfunctie geheel ontbreekt, terwijl hieraan in de verschillende landen en vooral in Duitschland groote aandacht wordt besteed. Wie in Nederland zijn doctoraal examen heeft afgelegd of zijn middelbare akte heeft verworven, komt als sollicitant op de arbeidsmarkt en wordt leeraar, als er voldoende vraag naar leeraren is. De nieuwe leeraar betreedt echter een voor hem volkomen onbekend terrein. Zijn kennis, waarop zijn examinatoren het praedicaat voldoende hebben gedrukt, kan hij in de school niet of maar ten deele gebruiken Hij kent den bodem niet, waarop hij het zaad van zijn weten zal zaaien. Lang en misschien altijd zal de ziel van den puber hem een boek met zeven zegelen blijven. Hij kent niet met juistheid het doel, waarheen hij moet gaan, noch de middelen, die hem ter bereiking