is toegevoegd aan uw favorieten.

De grondslagen der maatschappijschool

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De opleiding voor het leeraarsambt zal in Nederland in verband met andere omstandigheden wel niet gelijk geregeld kunnen worden als in Pruisen. Zoo zal men terecht prijs stellen op handhaving der wetenschappelijke eischen en daardoor geen verkorting van studieduur toelaten. In het verslag van Dr. Dudok wordt er op gewezen, dat aan de stofbeheersching bij de proeflessen nogal iets haperde en dat de docenten in de vreemde talen niet in staat waren de taal zonder grove fouten te spreken. Dan echter zal met een jaar practische opleiding volstaan moeten worden. Dit is weliswaar kort, doch men kan van een aanstaanden leeraar geen grondige studie van paedagogiek en psychologie eischen; hiervoor zouden vele jaren noodig zijn. Doch als een volledig bevoegde gedurende een jaar als hospitant geregeld in de school verkeert en zich tegelijk wijdt aan een oriënteerende studie van de paedagogiek, de psychologie en de methodiek, zal hij onder overigens gelijke omstandigheden een onderwijs van hoogere orde geven, dan zonder dit jaar het geval geweest zou zijn.- Hij zal een geheel anderen kijk hebben gekregen op zijn toekomstigen arbeid en zich er misschien met volle toewijding aan geven, misschien ook een anderen meer passenden werkkring gaan zoeken. Het vakleerarensysteem in ons middelbaar onderwijs verliest door deze vooropleiding een deel der eenzijdigheid, die nu zoo vaak een ernstig beletsel van samenwerking tusschen de docenten vormt. Door de gemeenschappelijke opleidingsbasis krijgt de arbeidsgemeenschap een grootere kans.

Voor klassikaal onderwijs geeft de opleiding nog een bijzonder voordeel. De leeraar zal zijn klas psychisch moeten beheerschen, ongeveer op gelijke wijze als een goed redenaar zijn auditorium doet. Een redenaar nu heeft slechts macht over zijn gehoor, als hij geheel zeker is van zich zelf en geen verlegenheid toont. Voor een leeraar, die onderwijs geeft aan pubers, geldt dit in nog meerdere mate. Zijn leerlingen zullen minder toegeeflijk zijn dan het gehoor van een redenaar. Het onderwijs geeft door de afwisseling van vraag en antwoord en door tallooze kleinigheden meer aanleiding tot het verliezen der beheerschfng over de groep dan het geval zou zijn, wanneer de leeraar voor een gehoor van volwassenen een rede hield. Heeft de jonge leeraar gelegenheid gehad zich door studie en hospiteeren met zijn toekomstig werk vertrouwd te maken, dan zal zijn zekerheid van optreden grooter zijn en zijn verlegenheid verdwijnen. En deze oogenschijnlijk geringe verschillen beslissen niet zelden over een leeraarscarrière. De besten kunnen er door te gronde gaan. De „Machtmensch", die voor de leeraarsfunctie minder geschikt