is toegevoegd aan uw favorieten.

De grondslagen der maatschappijschool

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor het arbeidsresultaat ternauwernood onder het oog gezien. Doch om dit alles te beoordeelen, zal de leeraar in de lichamelijke opvoeding een breede opleiding moeten ontvangen.

In verband met de waarde der lichamelijke opvoeding zijn de vele onderzoekingen over het verband tusschen geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van belang1). Rose stelde b.v. dit verband vast na onderzoek van 3500 leerlingen te Dresden en van 3868 leerlingen te Nordhausen. De lichamelijk het best ontwikkelde jongens en meisjes bleken ook intellectueel vooraan te staan. De leerlingen werden bij het onderzoek in 5 groepen verdeeld, die èn in lichaamslengte en gewicht èn in vorderingen geleidelijk opklommen. Tot gelijke uitkomsten kwamen Schmidt en Lessenich. Evenals Rose onderzochten zij leerlingen der lagere school. Het bleek hun, dat het gemiddelde gewicht van 11 tot 12 jarige jongens, die op dezen leeftijd in de 7de klasse zaten, 33 kg was. Jongens, die het op dezen leeftijd pas tot de Ode klasse hadden gebracht, wogen gemiddeld 31.3 kg, in de 5de klasse 30.3 kg, in de 4de klasse 28.6 kg. Voor de lichaamslengte zijn deze getallen respectievelijk 138 cm, 137 cm, 135.2 cm, 131 cm»).

Grazianow en Sack in Rusland, Mac Donald en Porter in Amerika kwamen reeds eerder tot dezelfde uitkomsten. Sack toonde bij duizenden gymnasten van Moskou, Porter bij 33000 leerlingen der volksscholen te St. Louis aan, dat een betere lichamelijke ontwikkeling in het algemeen gepaard ging met betere schoolprestaties •).

Dr. H. Paull, schoolarts te Karlsruhe, die over het parellelisme tusschen geestelijken en lichamelijken welstand een diepgaande studie maakte, kwam ook tot de conclusie, dat tusschen beide een nauw verband bestaat4). Deze relatie is zóó nauw, dat het bekende feit van den vroeger intredenden pubertairen groei bij meisjes, waardoor deze omtrent het 14de jaar de jongens in lichaamsgewicht en -lengte overtreffen, gepaard gaat met grootere en betere schoolprestaties in dezen tijd. Dr. Paull stelde hierover een onderzoek in voor taal en rekenen. Voor beide vakken bleken de prestaties der meisjes beter, terwijl de vakken onderling bij beide groepen verschilden in dezen zin,

!) VgL: o.a. Dr. Friedrich Berger, Kórperbildung ais Menschenbildung, p. 40. Op p. 30 schrijft Dr. Berger: „Ein Bild des Menschen schwebt uns vor, in dem alle sinnvollen körperlichen, seelischen wie geistigen Krafte ihre wahre Erfüllung und Einheit finden."

-) J. M. J. Korpershoek, Doel en plaats enz., p. 30.

*) idem, p. 31.

4 idem, p. 35.