is toegevoegd aan uw favorieten.

De grondslagen der maatschappijschool

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vraag VI: Naam en bevoegdheid van (den) natuurkundedocent(e).

Deze vraag is tot ons leedwezen op meerdere formulieren onvolledig beantwoord. Twee keer is alleen een naam ingevuld, twaalf keer werd door de bevoegdheid alleen vermeld: „Dr." of „Drs.".

Onder de docenten bevinden zich 20 ingenieurs (3 civiel, 4 werktuigkundig, 9 scheikundig, 1 mijnbouwkundig, 3 „ingenieur" zonder meer), 4 doctoren in de wis- en sterrekunde, 4 candidaten in de wis- en natuurkunde, 3 oud-officieren, 7 doctoren of doctorandi in de scheikunde, 1 candidaat in de scheikunde, 2 docenten met uitsluitend wiskunde-bevoegdheid, 3 met middelbare acten en tenslotte 44 doctoren of doctorandi in de wis- en natuurkunde.

Conclusie: Het aantal onbevoegden is belangrijk.

Het behoeft nauwelijks betoog, dat het aanstellen van wettelijk onbevoegden tot een minimum dient te worden teruggebracht

Onder hen, die de wettehjke bevoegdheid bezitten, bevinden zich meerderen, die van huis uit geen physicus zijn en wien het experimenteele onderwijs niet „ligt". Afgezien van de experimenteele moeihjkheden stelt het natuurkunde onderwijs op een economische school den leeraar voor de oplossing van talrijke speciale problemen, die op de leerstof betrekking hebben. Immers de docenten komen bij het onderwijs met de traditie van hetgeen zij zelve op de middelbare school en op het algemeen experimenteel college hebben geleerd. Wil hun onderwijs op de economische scholen datgene geven, wat er redelijkerwijs van mag worden verwacht, dan moeten zij zich in talrijke gevallen losmaken van de traditie. Het is duidelijk, dat dit voor een physicus al lastig genoeg is, en dat het veel studie vergt en langen tijd duurt, alvorens hij zijn weg heeft afgebakend. Het is niet minder evident, dat een niet-physicus veelal voor een taak komt te staan, die hem te zwaar moet vallen, tot schade van het onderwijs.

Met klem dringt de Commissie er op aan, dat bij toekomstige vacatures voor het leervak natuurkunde bij voorkeur diegenen zullen benoemd worden, die in hun studie natuurkunde als hoofdvak kozen.

Vraag VII: Opmerkingen.

Een 25-tal Directeuren en Rectoren was zoo vriendelijk opmerkingen van meer algemeenen aard te maken.

Velen wijzen er op, dat slechts een deel van de leerstof (resp. „enkele onderwerpen", of „belangrijke deelen", of „geen licht en