is toegevoegd aan uw favorieten.

Dynamisme en logies denken bij natuurvolken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de toverende natuurmens door ervaring op hoger plan is te brengen.

Hier moeten dan enorme mogelikheden voor vooruitgang liggen. Want Van Ossenbruggen verklaart, dat de natuurmens van causaal verband in de ware betekenis des woords al zeer weinig begrip heeft. En sprekende over de wijze van denken van de primitieve mens, voegt hij eraan toe „voorzoverre van denken althans sprake kan zijn." *)

Hier vinden we het aanknopingspunt bij de vruchtbare auteur Lévy—BrühL die in een viertal uitvoerige werken materiaal heëTTsaamgebracht ter adstructie van het door hem verdedigde pre-logiese denken der natuurvolken. De volgelingen van Levy—Brühl zijn vele. In ons land mag als zodanig genoemd worden de Groningse hoogleraar Van der Leeuw, die <fca. in „La structure de la mentaüté primitive" beschouwingen geeft over het primitieve, van het moderne zozeer verschillende, denken.

Dergelijke gedachten zijn uitgewerkt door S. Freud 2), Heinz Werner 3), Alfred Storch 4) en, zij het in voorzichtiger bewoordingen, door E. Kretschmer 6).

De vraag rijst, waarin het verschil in denken, dat er ongetwijfeld, tenminste in enkele opzichten, tussen natuur- en kuituurvolken bestaat, zijn oorsprong vindt. Het zou een gevolg kunnen zijn van verschil in aanleg. Wanneer we spreken van zulk een verschil in aanleg, moeten we ons er rekenschap van geven, hoe men zich zulk een onderscheid tussen volken als geheel zou kunnen voorstellen.

Daarvoor is van belang Steinmetz' onderscheiding tussen elementaire en distributieve verschillen in volkskarakter. Het geval, dat het ene volk karaktereigenschappen bezit, die het andere mist, zou elementaire verschillen opleveren. Onder distributieve verschillen verstaat hij dezulke, die voortkomen

*) P. L. D. van Ossenbruggen. Het primitieve denken, zooals zich dit uit in de Pokkengebruiken op Java en elders. Bijdragen Taal-, Land- en Volkenkunde 71, § 29, 1916.

2) S. Freud. Totem und Tabu. 1913.

*) Heinz Werner. Einführung in die Entwicklungspsyehologie, 1926.

*) Alfr. Storch. Das archaïsch-primitive Erleben und Denken der Schizophrenen 1922. (Monogr. aus dem Gesamtgebiete der Neurologie und Psychiatrie, Heft 32).

Dezelfde: Das primitiv-mythische Denken und seine Beziehungen zur Psychopathologie. Verslag VlIIth Intern. Congress of Psychology, 1927, blz. 209 e.v.

•) E. Kretschmer. Medizinische Psychologie. 2e druk 1922.