is toegevoegd aan uw favorieten.

Dynamisme en logies denken bij natuurvolken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ervaring. Of de uiterlike omstandigheden pasten zo goed bij de aangenomen levenswijze, dat er geen prikkel bestond, de laatste te veranderen.

2. De aanleg is verschillend.

a. Er bestaan distributieve verschillen, b.v. minder uitvinders, meer volgers dan bij' de hoger ontwikkelde naties.

b. De aanleg is fundamenteel verschillend, de natuurmens mist b.v. het vermogen om onder bepaalde omstandigheden logiese gedachtengangen op te stellen. Of de aangeboren energie is zoveel geringer dan bij de kultuurvolken, dat een lager volk zich door deze oorzaak niet omhoog kan werken.

3. De natuurvolken waren oorspronkelik de gelijken van de kultuurvolken, maar zijn in hun inferieure positie gekomen door degeneratie.

Andere mogelikheden zie ik niet Gaan we ze achtereenvolgens na, dan zou ik die onder 3 direct willen uitsluiten. Voor enkele kleine volkjes moge als oorzaak van hun laag peil gelden, dat zij door anderen in een hoek gedrongen zijn en daardoor aan kuituur hebben ingeboet, voor de grote massa kan dit zeker niet het geval zijn. Maar zelfs die uitzonderingen moeten uiterst zeldzaam geacht worden.

Theoreties bestaat ook de mogelikheid, dat een volkje door inteelt of uitspattingen physiek en daardoor geestelik achteruit gaat.

Practies kunnen we deze mogeükheid voor de grote meerderheid buiten beschouwing laten.

Van de 3 andere onderstellingen bezie ik eerst 2a. Wanneer inderdaad de natuurvolken niet fundamenteel van de andere verschillen en slechts gebrek aan uitblinkers de oorzaak van hun achterblijven is, dan zal dit met onze huidige mogelikheden van onderzoek niet zijn te constateren. De toestanden bij hen verschillen zozeer van de onze, dat het niet doenlik kan zijn, betrekkelik kleine verschillen in aanleg te concluderen uit verschillende wijze van reageren.

De traditie weegt zo zwaar, dat een gelijke prikkel niet licht een gelijke uitwerking zal hebben bij verschillende volken. En waar we bij hetzelfde volk in verschillende tijdvakken zulke grote verschillen opmerken, b.v. in energie, is het constateren van een enigszins andere reactie bij leden van een natuurvolk geen bewijs voor een andere aanleg. We moeten dus, wanneer de verschillen in aanleg niet evident zijn, toch de mogelikheid openlaten, dat er distributieve verschillen in aanleg ten nadele