is toegevoegd aan uw favorieten.

Dynamisme en logies denken bij natuurvolken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK III.

HET WAARNEMINGSVERMOGEN BIJ NATUURVOLKEN.

In de beperkte strekking, die Woodworth zelf aan zijn tests toekent, tonen ze bij de betrokken groepen een ongeveer gelijk * waarnemingsvermogen. Van belang is de door W. gemelde ondervinding van Rivers, dat buiten het waarnemingsveld geplaatste voorwerpen nog goed geraden konden worden, wat op de betekenis der oefening wijst Zo mag ondersteld worden, dat een geoefend jager met hetzelfde gezichtsvermogen als een niet-jager eerder een stuk wild in het oog krijgt en ook bij dezelfde gehoorschërpte eerder het geluid van wild onderscheidt. Wat leert ons hieromtrent nu de ethnografie, dus de reportage van het dageliks leven der natuurvolken?

De eenstemmigheid, waarmee ethnografen rapporteren over het waarnemingsvermogen van primitieve volken, maakt het bijna overbodig, aanhalingen te doen. Voor de volledigheid volgen er hier echter een aantal. Beginnen we met volken, die reeds een vrij hoge ontwikkeling bereikt hebben .De goede waarnemer Pechuël Loesche keert zich bij zijn bespreking van de zintuigen der Bafióti tegen de naar hij zegt algemeen verbreide mening, dat ze bij de natuurvolken zoveel beter zijn dan bij hoger beschaafden. Hij spreekt niet alleen over de Negers, maar eveneens over eigen ondervinding met Indianen, Polynesiërs, Poolvolken e.a. Hun ogen zijn niet beter, ze worden alleen beter gebruikt.

„Denn der Mensch, dessen Leben sich im Freien abspielt, ist ununterbrochen aufmerksam. Ihm Wichtiges erfasst er sogleich.

Es ist sehen und wahrnehmen zu unterscheiden, ge-

wissermassen zwischen physiologischem und psychologischem Sehen. Die Aussenwelt spielt sich in gleichwertigenAugengleich gut ab, aber die Auffassung ihres Inhaltes kann, je nach Uebung,

recht verschieden sein Wer nicht von Jugend auf vertraut

ist mit dem Leben im Flur und Wald der Heimat, wird schwer-