is toegevoegd aan uw favorieten.

Dynamisme en logies denken bij natuurvolken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in 't Europa van de 19de eeuw. Natuurlik was 't ook hier niet onbeteugeld; anders zou de maatschappij opgehouden hebben, dit te zijn. Een groei naar een grotere gebondenheid is echter reeds duidelik waar te nemen.

Wanneer we van het droomleven afzien, is een toestand, die men voor vervaging van het persoonlikheidsgevoel zou kunnen houden, alleen op te merken in een mensenmenigte, bezield door eenzelfde gedachte of gevoel: verering, devotie, bewondering, haat e.a. Zulk een menigte reageert, als ze zeer sterk door die gedachte of dit gevoel overheerst wordt, als een enkel wezen, een soort hyperorganisme. Als er ooit van collectief denken en gevoelen sprake kan zijn, is het hier. Toch zou men bij zulk een benaming de schijn voor het wezen nemen. De suggestieve invloed van de gelijkheid der handelingen dringt weliswaar de andere werkingen van de geest terug, maar de geesteswerkzaamheid heeft plaats in ieder wezen afzonderlik.

Stellen we ons rein hypotheties een maatschappij voor, waarin veel meer dan in de onze de gemeenschap door eenzelfde streven of gevoelen bezield was, dan kan de onderstelling plaats vinden, dat in zulk een samenleving het Ikbewustzijn zou vervagen, naarmate het collectief optreden veelvuldiger werd.

Als ik hier een kort onderzoek instel naar het voorkomen van zulk een hypotheties verschil, is dit niet, omdat de onderstelling me zeer waarschijnlik voorkomt. Immers, reeds een beschouwing van in kudden of zwermen levende dieren verdringt elke opkomende gedachte aan een zwak Ik-bewustzijn. Krijsend betwisten de samenlevende meeuwen elkaar het toegeworpen voedsel. Aan het strand nam ik waar, dat hetzelfde stuk aas achtereenvolgens in 't bezit van drie verschillende 1 meeuwen kwam, nadat ze elkaar een tijdlang achtervolgd hadden, waarbij een dèr; achtervolgers de bezitter in de vlucht aan de poot omhoog trok.

Van de runderen der Siberiese boeren, die dezen 's winters buiten laten, vertelt Kurt Wiedenfeld, dat bij een noordenwind, die meest vele slachtoffers maakt, de zwakste dieren naar voren gedrongen worden i). Francis Galton ontleedde reeds in zijn meergenoemde „Inquiries" het gedrag van de dageliks door roofdieren bedreigde runderen van de Damaras. In zijn van uitnemende waarneming getuigende studie zegt hij: „I am

*) Kurt Wiedenfeld. Siberien in Kultur und Wirtschaft. 1916, blz. 15.