is toegevoegd aan uw favorieten.

Dynamisme en logies denken bij natuurvolken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De grootste vijand van een juiste beoordeling is echter de schematiese aanduiding van het verschijnsel. Niets is minder juist dan alle bekende gevallen over één kam te scheren door de bewering, dat de mannen zich als kraamvrouw gedragen. Men kan zich hiervan overtuigen door kennis te nemen van de vele couvade-gebruiken, door Kunike in zijn dissertatie zorgvuldig verzameld*). In verreweg de meeste gevallen is het duidelik, dat van een nabootsing van het kraambed geen sprake is. Daarbij komt dan nog het gevaar, dat de ethnograf en, vooral de oudere, door het verschijnsel, dat ze de man het bed zagen houden en de vrouw rondlopen, hun onderstelling, dat de man zich dus als kraamvrouw gedroeg, hineininterpretierten, zodat hun verslag gekleurd werd.

Ontdoet men zulke berichten van opmerkingen als zulke, dat de man zich belachelik aanstelt, alsof hij beoliën was, en houdt men zich dus aan de feitelike mededelingen, dan blijft meestal niet veel meer over dan het constateren van voedselonthoudingen door de man (soms door man en vrouw) en een zich zeer rustig houden. Verscheidene malen wordt opgegeven dat het nuttigen van sommige spijzen het kind schade zou doen. Lag de man te bed, omdat hij zich met de kraamvrouw vereenzelvigde en zich zwak voelde, dan zou het spijsverbod voor zijn eigen heil moeten dienen. Er is onder alle berichten slechts één, waar een identificatie van de man met de kraamvrouw door verschillende bizonderheden voor de hand schijnt te liggen. Het is dat over een Dravidiese Teloegoe-stam, de ïeroenkala's, waarover A. Cain géschreven heeft in Indian Antiquary.

Zo gauw de vrouw de geboorteweeën voelt, bericht ze dit aan haar man, die onmiddellik enige van haar kleren neemt en aantrekt, terwijl hij op zijn voorhoofd het merk (tikoeli) bevestigt, dat de vrouwen gewoonük op haar voorhoofd kleven; hij trekt zich in een donkere ruimte terug, waar slechts een schemerige lamp brandt en gaat op bed liggen, terwijl hij zich met een lang gewaad bedekt. Als het kind geboren is, wordt het gewassen en in de wieg naast de vader gelegd. Asa foetida, palmsuiker enz. worden dan aan de vader en niet aan de moeder gegeven. Gedurende de dagen der ceremoniële onreinheid wordt de man zo behandeld als de Hindoe's hun.vrouwen bij zulke gelegenheden behandelen 2).

*) Hugo Kunike. Die Couvade oder das sogenannte Mannerkindbett, 1912. 2) Bij Kunike, 1.1., blz. 7/8.