is toegevoegd aan uw favorieten.

Dynamisme en logies denken bij natuurvolken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan rekenen op de instemming van degenen, die hij wèl kiest tot zijn bijstand.

Ook de reden, die de smid opgeeft voor het niet aanvaarden van iemands hulp nl. dat de voorouders toornig zouden zijn over het meedoen van een onwaardige aan het zo plechtige gebeuren in het hoogovenbedrijf is een gedachte, die ons volkomen duidelik is. De voorvaderen, de verdienstelike uitvinders van de hoogovens, zouden zulk meedoen wel als een belediging moeten gevoelen. De medewerkers behoren rein te zijn, en, bij uitbreiding, ook hun verwanten.

Zo kan ik in deze verrichtingen op technies gebied, doorspekt met magies-religieuze handelingen, niets zien, dat slechts kan voortspruiten uit een andersoortig denken dan het onze.

Het is voor onze geest niet vreemd, dat een werkzaamheid, waarvan veel afhangt, zozeer de aandacht van de groep heeft, dat men zich onder de indruk gevoelt van hetgeen gaat gebeuren en vervuld is van spanning over de mogelike afloop. Een spanning, die zijn uiting vindt in plechtige handelingen ter verkrijging van bovennatuurlike bijstand, omdat men van eigen kracht niet volkomen overtuigd is. Alleen 't feit al, dat velen door dezelfde gedachte bezield zijn, bereidt de bodem voor rituele handelingen. Als men van collectieve gedachten wil spreken, is het hier op zijn plaats.

Ongerijmd is het, de landbouw of de ijzerertsbewerking tot mystieke handelingen te verklaren, omdat het gewicht der gebeurtenissen tot enkele bijkomende mystieke handelwijzen gevoerd heeft. Nog ongerijmder is het, te beweren, dat de landbouw in oorsprong uit mystiek voortsproot, zoals Saintyves doet. De aanvang van de landbouw zal zelfs waarschïjnlik met geen enkele magiese handeling gepaard geweest zijn. Dit kon pas tot gewoonte worden, toen dit bestaansmiddel van overwegend belang werd.

Het bovenstaande geeft uit het leven van natuurvolken slechts enkele grepen, waaruit het overwicht van doelmatige, natuurlike, handelingen blijkt. Een zuiver afwegen van het aandeel der magiese gebruiken in de verrichtingen van het dageliks leven voor vele natuurvolken zou jaren arbeid vergen. De interessante vraag, in hoeverre de magie het rationele handelen bij de productie heeft belemmerd of tegengehouden, kan pas beantwoord worden door zulk een onderzoek.

Als voorlopige uitkomst mag echter worden aangenomen, dat de magie de economiese handelingen niet overwegend beinvloedt en dat ze 't zeker verliest, als de nood dringt.