is toegevoegd aan uw favorieten.

Dynamisme en logies denken bij natuurvolken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

planten ter genezing aanwenden, niet, omdat ze doelmatig zijn, maar omdat uit de naam een eigenschap wordt afgeleid, die men nodig heeft i), De mogelikheid lijkt echter niet uitgesloten, dat in sommige gevallen de naam het gevolg is van de geconstateerde werking.

In de volgende bladzijden zijn een aantal gegevens verzameld omtrent natuurlike genees- en heelmiddelen, aangewend door enkele lage en hogere natuurvolken, gegevens, die enig licht kunnen werpen op de opmerkingsgave en het vermogen tot logiesé gevolgtrekkingen, waartoe zij, of tenminste de uitblinkers onder hen, in staat blijken.

Interne geneeskunde.

Over de geneeswijze van sommige volkjes zijn de berichten vrij talrijk. Onder de jagers en verzamelaars mogen in de eerste plaats de Australiërs genoemd worden. Strehlow geeft over de Centrale Australiërs uitvoerige mededelingen.

Bij ernstige ziekte worden de toverdokters te hulp geroepen, maar in lichte gevallen bereiden de lieden zelf medicijnen uit wortels en bladeren; ze worden gedronken of tot wassing gebruikt Ook in de naam onderscheiden de inboorlingen deze middelen van toverremedies. Ze geloven, zegt Strehlow, dat de planten de geneeskracht uit de natuur bezitten, niet door verbinding met bovennatuurlike wezens. De meest voorkomende ziekte, neusverkoudheid, wordt bestreden met aftreksel van de bast van een acacia. Ze drinken dit en wassen er zich mee. Anderen kauwen bladeren van acacia's en slikken het sap in. Als de verkoudheid lang duurt, haalt men een soort hout uit de bergen, verbrandt het en ademt de aromatiese rook in. Dit is volgens Strehlow een in vele gevallen goedwerkend middel.

Tegen aanhoudende hoofdpijn wassen Aranda en Loritja het hoofd met een aftreksel van takken. Als de pijn sterk is, wikkelen ze zulk een rank om het achterhoofd of gaan met het hoofd op een laag ervan liggen.

Bij hoge koorts wassen ze hoofd en lichaam met een aftreksel van pijnboomtakken. Dit middel wenden ze ook aan tegen uitslag en pokken. (Of dit tegen de ermee gepaard gaande koorts is of tegen de uitslag zelf, blijkt niet). Ook legt men wel warmgemaakte planten op de zieke delen.

*) N. Adriani en Alb. C. Kruyt. De Bare'e-sprekende Toradja's van Midden-Celebes. I 1912, blz. 404.