is toegevoegd aan uw favorieten.

Dynamisme en logies denken bij natuurvolken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maken van de weg voor de controleur, maakt deze „sial". Kwade rasi's worden ook ontketend door het snellen van koppen. Het hele land wordt dan panas, d. i. heet. De rasi's moeten krachteloos gemaakt worden door bizondere boeten. Een ervan heet panjasa hoetan, d. i. het reinigen der aarde1).

Men moet hier rekening houden met de nuances, die in de vertaling nauweliks aan te geven zijn. In het geval van de controleur ligt het meest voor de hand de nuchtere gedachte, dat een niet goed opengehakt bospad de reiziger in gevaar brengt. Aangezien de door onbestemde gevaren bedreigde „sial" is, wordt dit woord ook gebruikt voor bedoeld gewoon geval.

Vreemder lijkt het sial-maken door het hakken in de stijlen van de poort. Schadee vindt het zonderling, dat de benadeelde van de kwade rasi's te lijden hebben. Hij acht hier strijd met moraal en religie aanwezig en tracht die nu weg te redeneren door aan te nemen, dat er strijd bestaat tussen goede en boze geesten. Als de mensen kwaad doen, zijn ze door boze geesten bezeten. Men zou nu de wereldorde kunnen herstellen door de bezetenen te doden. Bij verzachting der zeden zou echter het boetestelsel opgekomen zijn. De'boze geesten werden verdreven door het aanlokken van de goede door middel van offers.' Bij het barima (zie onder) versterkt men dan de djoebata's om hen te helpen in de strijd tegen de kwade beginselen. Door deze hypothese zou volgens de schrijver het ongerijmde vervallen zijn 2).

Jammer, dat de hypothese zelf ongerijmd is. Want het is geen kunst, een begrijpeliker redenering voor die van de betrokkene in de plaats te stellen, als die redenering niet hei minste verband houdt met het gerapporteerde geloof. Zulke hypothesen zijn voor sterke vermeerdering vatbaar, als men naar willekeur van de denkbeelden der inlanders afwijkt De laatste geven geen enkel aanknopingspunt voor een animistiese verklaring.

Wanneer we van Schadee vernemen, dat elk onrecht de benadeelde „tongkal" maakt, schijnt het Tf*best, zich in ■ de eerste-plaats af~~te vragen, in welke toestand degeen komt te verkeren, tegen wie onrecht gepleegd wordt. Voor dé hand ligt: 1. hij voelt zich vernederd, 2. hij voelt een min of meer sterke begeerte, zijn vijand op zijn beurt te treffen,4 3. hij wil de benadeling ongedaan gemaakt hebben.

*) Schadee LL, blz. 335/36. *) ibid., blz. 341.