is toegevoegd aan uw favorieten.

Dynamisme en logies denken bij natuurvolken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitvoerig besproken wordt *), schijnt een goed voorbeeld van zulk een door opwindende verbeelding opgewekte magiese handeling. Intense deelneming in de verrichtingen van anderen leidt zonder verstandelik overleg tot zulk optreden. Ieder weet, dat van een zodanig meeleven een grote stimulans uitgaat en zo kan het achterwege blijven ervan gevoeld worden als een verzwakking, zodat in bepaalde omstandigheden het blijkgeven van de belangstelling tot een verplichting kan worden. Het gevoel heeft dan toch een groter aandeel in het ontstaan der gewoonte dan de verstandelike redenering.

Verschillende taboe's zullen ook op deze grondslag berusten. Frazer vertelt, (zonder zijn bron te noemen) dat bij sommige Dajakstammen de vrouw of de zuster van een man, die op sneltocht is, dag en nacht een zwaard moet dragen, opdat de sneller steeds aan het wapen zal denken; ze mag niet vóór twee uur in de nacht naar bed gaan om de man er niet aan bloot te stellen, dat hij in de slaap door een vijand verrast wordt. Van verschillende volken wordt vermeld, dat een vrouw, wier man op oorlogstocht is, en die overspel pleegt, daardoor haar echtgenoot aan de vijand prijsgeeft.

In beide gevallen eist men een meeleven met de uitgetrokken mannen, dat deze moet behoeden in gevaren. Een zich overgeven aan sexuele lusten, terwijl een zo belangrijk evenement aan de gang is, zou dit in de ogen der betrokkenen kleineren en hen minder fit maken. En de tegenstelling tussen het rustig slapen van een vrouw, wier man gedurende die tijd gedood wordt, kan bij de vrouw tot een zelfverwijt leiden, dat wij in dezelfde omstandigheden juist zo zouden voelen. Hieruit kan een bepaald verbod om te slapen voortkomen, een taboe, van welks breuk de noodlottigste gevolgen te vrezen zijn. De onderstelling van een andere geest, essentieel verschillend van de onze, is hiervoor niet nodig. Hoeveel vrouwen van zeelieden zullen zich wel met een gerust geweten neerleggen in een stormnacht, waarin hun man groot gevaar loopt? Als haar omgeving bemerkt, dat ze zich van dit gevaar niets aantrekt, zal men haar dit zeer ten kwade duiden. Zo kan het niet verwonderen, dat men aan vrouwen van Dajaks, die aan het kamfer verzamelen zijn, de tegenspoed van haar mannen verwijt, wanneer zij zich onderwijl met andere mannen afgeven. Deze gedachte heeft bij verschillende volken geleid tot samengestelde voorschriften, die alle neerkomen op het meeleven met de afwezigen2).

x) K. Beth. Religion und Magie bei den Naturvölkern. 1914, bis. 101/102. a) Zie btf Frazer LL, blz. 23 e.v.