is toegevoegd aan uw favorieten.

Frans handwoordenboek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijsheid n

wijsheid, v. sagesse f; de ~ in pacht hebben, avoir la science en partage, avoir la science infuse, se croire la sagesse raême. wijsheidskies, v , -tand, m dent /. de sagesse. wijsmaken, vt i en faire accroire [k qn.]; faire croire [des choses k qn.]; 2 (prov.) expliquer [qc. k qn.]; hij laat zich alles on lui fait croire (F gober) ce que 1'on veut; hij heeft je maar wat wijsgemaakt, il vous a fait un conté, il vous en a conté of coulé; het publiek maar wat bonrrer le crê.ne au public; maak dat anderen wijs! & d'autres 1 F portez ailleurs vos coquilles ! laten we elkaar nu niets ne faisons pas les malins, il ne faut pas nous leurrer; zichzelf iets~, se suggérer qc., se mentir k soi-même.

wijsneus, m. & v. pédant m.t -e ƒ. wijsneuzig, I aj pédant, suffisant; ^ zijn, faire 1'entendu; II ad en faisant 1'entendu. wijsneuzigheid, v. pédantisme m. wijsvinger, m. index m.

wijten, vt imputer, reprocher [qc. k qn.], s'en prendre k [qn. de qc.]; te ~ hebben aan, être dü k.

wijting, m. Jg) merlan m.

wijwater, 0. eau bénite ƒ.

wijwaterbakje, 0. bénitier m.

wijwaterkwast, m. goupillon, aspersoir tn. wijwaterschelp, v. bénitier m.t conque /. wijwatervat, 0. bénitier m.

1 wijze, v. 1 manière, fagon ƒ.; 2 (gram.) mode m.; van aansluiting bij het onderwijs, modalité ƒ. de liaison; ^ van doen, procédé m., manière ƒ.; bij van aardigheid, en blague, histoire de rire, pour rigoler; bij ~ van hoed, en guise de chapeau; bij ^ van lofspraak, en manière d'éloge; bij ^ van proef, a titre d'essai; bij ~ van sbreken, par manière de dire;

op die r-*j, de cette manière, de la sorte; op generlei ^, en aucune fagon; op onrustbarende d'une facon inquiétante.

2 wijze, m. sage m.\ de Wr^n uit het Oosten, les mages m. pi.; steen der r>^n, pierre /. philosophale.

wijzen, I vt indiquer, montrer; het van de hand le refuser (rejeter, décliner); iemand de deur mettre qn. k la porte; 't vonnis prononcer la sentence; wat de heren •—>, moeten de gekken prijzen, les administrés n'ont qu'è. se confor-

mer aux édits des gouvernants; II vi indiquer par des signes (of du doigt); de magneetnaald wijst naar het noorden, 1'aiguille aimantéeest dirigée versie nord; ^ op, indiquer (du doigt); (fig) appeler 1'attention 4; alles wijst er op, dat..., tout indique que...; in staat vanr^f en état (d'être jugé).

wijzer, m. 1 (v. klok &) aiguille /.; 2 (v. z o n n e w ij z e r) style m.; 3 (b 1 a d/^)

;i wild

signet m.; 4{v. logarithmen) caractéristique ƒ.; het ~tje rond slapen, faire le tour du cadran.

wijzerbarometer, m. baromètre m. S cadran wijzerbord, o. cadran m.

wijzernaald, v. aiguille ƒ.

wijzerplaat, v. cadran m.

wijzertelegraaf, v. télégraphe m. h cadran. wijzerwerk, o. cadrature f.

wijzigen, I vt modifier; II vr zich se modifier.

wijziging, v. modification changement m.; met~ van art. i, par modification & 1'article premier.

wijzing, v. sentence /. judiciaire, décision

arrêt m.

wik, v. pesée /.

wikke, v. $ vesce /.

wikkelen, I vt enrouler, envelopper* [qc. dans du papier &, qn. dans une mauvaise affaire]; II vr zich ~ in de dekens, s'envelopper dans les couvertures; zich in een moeielijke zaak ^, s'engager dans une affaire difficile; zich ~ uit, se tirer de, se dépêtrer de.

wikkeling, v. i (spiraal) enroule ment m. hélicoïdal; sjstaaf) bobinage m. en barres.

wikkelias, v. >5 ligature /. franfaise. wikken, I vt i (wegen) peser; 2 (met de hand) soupeser; zijn woorden mesurer ses paroles; II va in: -—* en wegen, bien peser, bien réfléchir; de mens wikt, en God beschikt, 1'homme propose et Dieu dispose.

wil, m. volonté ƒ.; zijn ijzeren r^, sa volonté

de fer; uiterste derniere volonté /., testament m.\ vrije libre arbitre m.; niet vrije serf arbitre m.\ je ~ staat achter de deur, F le roi dit: nous voulons; zijn ^ doordrijven, faire k sa volonté, n'en faire qu'& sa volonté; *** van iets hebben, jouir de qc., profiter de qc.; être satisfait de qc.; zijn goede ~ tonen, faire acte de bonne volonté; zijn eigen ~ volgen, en faire k sa tête; met de beste ^ van de wereld, avec la meilleure volonté du monde; met een beetje goede ^, la bonne volonté aidant; 0 m Gods~, pour 1'amour de Dieu; tegen zijn malgré lui, k son corps défendant; tegen ~ en dank, bon gré mal gré; qu'il en ait (eüt) ou non envie, en dépit qu'il en ait (qu'ils en aient) &; iemand ter ~le zijn, faire un plaisir k qn., faire les volontés de qn.; ter ~le van, pour 1'amour de, dans 1'intérêt de; uit vrije r*j, de bon gré, volontairement; zonder mijn sans mon aveu; zie ook wils.

wild, I aj 1 (i n 't a 1 g.) sauvage; 2 (schuw) farouche; 3 (bloeddorstig) féroce; 4 (v u r i g) fougueux, emporté; 5 (w o e s t