is toegevoegd aan uw favorieten.

Vaderland en volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„omstandigheden altijd een reden gezien om onze Joodsche „vrienden — onder wie de beste menschenkarakters voorkomen — „met nog meer sympathie tegemoet te treden dan voorheen en „wij kunnen ons niet voorstellen, dat iemand met het hart op „de rechte plaats, in dezen tijd anders handelt".

„Raszuiverheid".

Hoe feller anti-semiet iemand is, hoe meer ik twijfel aan zijn „raszuiverheid". O, ik weet wel, dat de propaganda fantaiseert, dat de stamboomen van het Huis van Vessem, het Huis Mussert, de Huizen Vlekke en Plekker tot het jaar 700 teruggaan en dat hun voorvaderen tusschen 768 en 814 een robbertje gevochten hebben tegen Karei den Frank of Karei den Saksenslachter, zooals Karei de Groote in navolging van Rosenberg altijd wordt genoemd, en wien de groote zonde ten laste wordt gelegd, dat hij aan onze Germaansche voorvaderen het Christendom bracht.

Hoe het met die Saksische voorvaderen staat, weet ik niet, maar één ding weet ik heel zeker: Dat de leider der Kamerfractie de Marchant et d'Ansembourg niet te vinden was met onze Nederlanders, waaronder ook de Nederlandsche Joden, in ons leger om onze grenzen van 1914—1918 te verdedigen, maar dat hij als officier in het Duitsche leger België mede binnenrukte. En wanneer geschied was, wat tweemaal heeft gedreigd, dan zou hij mede te vuur en te zwaard Limburg hebben verwoest. En daar moet ik dan volks- en rasgenoot tegen zeggen!

Alibi voor grootmoeder.

Hoe vaak dient het anti-semitisme niet om verdenking van Joodsche afstamming van zichzelf af te leiden en om een alibi aan een Joodsche grootmoeder te verschaffen? De Hongaarsche minister-president Imredy stelde Jodenwetten voor, men zag hem op foto's trotsch op een Rerlijnsche receptie naast Dr. Göbbels rondloopen en wanneer men uit hen beiden het Arische type had moeten aanwijzen, zou niemand hebben geaarzeld en Imredy hebben uitverkoren. Maar bij terugkomst in Hongarije kwam de beschuldiging, dat hij Joodsch bloed had, hetgeen hij verontwaardigd afwees. Edoch, het bewijs van de Joodsche grootmoeder werd geleverd en na het bekend worden van dit niet te loochenen feit, traf hij af. Het kwaad had zich zelf gestraft.

Hebben wij ook niet den N.S.B.er gekend, die als uitgenoodigd