is toegevoegd aan uw favorieten.

Vaderland en volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«dat de aanvaarding door de Tweede Kamer van het wetsontwerp op de weerkorpsen weer een stap verder is op den „weg der roode terreur, die zich van Spanje uit over Frankrijk „en België naar Nederland verplaatst", dat „de N.S.B. de vertegenwoordiger wil zijn van het werkende volk, zoo noodig met „inzet van het leven; als de weg versperd wordt, zal ten slotte „het water over den dam gaan, want de N.S.B. heeft het recht „van den plicht te winnen", dat „als het zoo doorgaat oerkrachten worden ontketend, die niets en niemand temmen kan; dan „breekt de ure aan, die door het geloovige volk biddend is ver„beid. Dan gaat de Germaan naar de grafkelders zijner vaderen „en zweert: De stem van mijn volk is de stem van God; „wat ook „mogelijk zij, broodroof, verboden gevangenis, ja zelfs veel erger „nog, het mag onze levensvreugd niet verstoren, blijmoedig „zingend traden de eerste Christenen de verscheurende dieren „tegemoet".

14 Maart 1939 schreef het „Nationale Dagblad": „De Tsjechen „trachten opnieuw den oorlog in Europa te ontketenen. Voor „Duitschland is de hernieuwde onderdrukking van zijn volks„genooten in Tsjecho-Slowakije onduldbaar, aan het provocee„rend optreden moet snel een einde komen".

En 15 Maart schrijft dat dagblad, dat „evenals in Vlaanderen „ook in Tsjecho-Slowakije het recht hersteld is". En verder: „Het volksche beginsel is thans ook in de Tsjechei doorgebroken, „in Bohemen en Moravië heerschte een onduldbare terreur tegen „Duitsche volksgenooten". (Dit alles werd geschreven na de annexatie van een vreemden, niet „volkschen" staat, waarvan de grenzen gegarandeerd waren).

De plaatsvervanger van den Leider, van Geelkerken, gaf een interview aan den Duitscher Dr. Otto, die daarover in Duitschland schreef, dat dagelijks meer Nederlanders zich onder de zwart-roode vanen scharen, dat aan de zijde van de N.S.B. staan het leger en de politie in de groote steden. Wat over ons Koningshuis gezegd wordt, wil ik niet eens herhalen. Een oudcommandant van ons veldleger schreef mij daarover?: „Diep „verontwaardigd ben ik over den euvelen moed om aan dien „Duitscher een verklaring te geven, waarbij Hare Majesteit, onze „Prinses en ons Leger ter sprake worden gebracht, waarbij hij „kan weten, dat dezen zich niet kunnen en willen verdedigen".