is toegevoegd aan uw favorieten.

Encycliek van onzen Heiligen Vader Pius XI, door de goddelijke voorzienigheid Paus,

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geloovigen tegenover den uitdagenden Prometheusgeest der godloochenaars, godverachters en godhaters nimmer verflauwe, hetwelk als wierook uur na uur tot den Allerhoogste opstijgt en Zijn straffende hand tegenhoudt.

Wij danken u, Eerbiedwaardige Broeders, uwe priesters en al de geloovigen, die bij de verdediging der majesteitsrechten van God tegen een op aanvallen belust, van invloedrijke zijde helaas veelal begunstigd nieuw heidendom een Christenplicht vervuld hebt en vervult. Deze dank is dubbel innig en met dankbare bewondering voor degenen verbonden, die in de uitoefening van dezen hunnen plicht waardig bevonden werden, om Gods wil aardsche offers en aardsch leed op zich te mogen nemen.

ZUIVER CHRISTUSGELOOF.

Geen Godsgeloof zal op den duur zuiver en onvervalscht standhouden, wanneer het niet gesteund wordt door het geloof aan Christus. „Niemand kent den Zoon buiten den Vader en niemand kent den Vader buiten den Zoon en aan wien het de Zoon wil openbaren" (Matth. XI, 27). „Dat is het eeuwige leven, dat zij U erkennen, den alleen waren God en Hem, Dien Gij gezonden hebt, Jezus Christus" (Joh. XVII; 3). Niemand mag dus zeggen : ik ben godgeloovig, dat is voor mij godsdienst genoeg. Het woord van den Heiland laat voor uitvluchten van deze soort geen plaats. „Wie den Zoon loochent, bezit ook niet den Vader ; wie den Zoon bekent, bezit ook den Vader" (I Joh. II, 23).

In Jesus Christus, den mensch geworden Zoon Gods, is de volheid der goddelijke openbaring verschenen. „Op velerlei wijzen eni in verschillende vormen heeft God eens tot de vaderen door de profeten gesproken. In de volheid der tijden heeft Hij tot ons door den Zoon gesproken". (Hebr. 1,1). De heilige boeken van het Oude Verbond zijn geheel en al Gods Woord, een organisch deel Zijner openbaring. In overeenstemming met de geleidelijke ontvouwing der openbaring ligt op deze boeken nog de schemering van den voorbereidingstijd, waarna volgde de volle zonnedag der Verlossing.

Zooals het bij de geschiedenis- en wetboeken niet anders