is toegevoegd aan uw favorieten.

Sacerdos reparator cum Jesu Summo Sacerdote-Reparatore

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De priester moet in alles de rechtvaardigheid zelve zijn, vooral jegens de kleinen, de zwakken, de verdrukten, die hij altijd onder zijn bescherming moet nemen tegenover onrechtvaardige rijken en grooten. Wie was de vriend en verdediger van volk en armen, van allen en alles wat onrechtvaardig en onbarmhartig door den hoogmoed van zijn tijd veracht en verstooten werd, gelijk Jesus?

De priester moet vooral: nederig zijn; nederig, sicut, ,,parvuli". Jesus noemde immers ons, zijn priesters, kinderkens. Klein zijn, nederig, zonder pretentie. Daarin ligt onze kracht. *)

Onze Hoogepriester: „semetipsum exinanivit". (Phil. II. 7.)

Hij is altijd nederig gebleven en „obediens usque ad mortem".

„Quid habes quod non accepisti?" (I Cor. IV. 7.)

Wie meent dat hij iets is, wijl hij niets is, bedriegt zichzelf.

God weerstaat de hoogmoedigen. Aan de reinen en nederigen van harte geeft Hij zijn genaden en gunsten. Exaltavit humiles.

Niet dat we niet de groote dingen moeten erkennen, die Hij aan onze ziel heeft gedaan. Integendeel. Het Magnificat is het

*) Daarin bestaat ook de beslissende strijd!

De H. Johannes Chrysostomus zegt: „Velen verachten den rijkdom en verafschuwen den wellust; doch hoe gering is het getal van hen, die eereposten en waardigheden weigeren, en die in hun hart niet eenige neiging koesteren om in het oog der wereld toch nog iets te zijn." (Hom. II, in Ep. ad. Tit. 3.)

Het „iets" willen zijn,, „iets" willen worden in het oog der menschen, het wortelt zoo diep en in het diepst van 's menschen bedorven natuur. En tóch dat verlangen naar, die behoefte aan eer en roem, aan zelfverheffing, onder welken vorm dan ook, móet onderdrukt, móet vernietigd worden, willen we werkelijk tot „iets" komen in het geestelijk leven.