is toegevoegd aan uw favorieten.

Ariëns priester

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zakendoen mochten tenslotte de fabriek voor ondergang behoeden. Zijn miskelk, een geschenk van zijn ouders, moest hij verkopen om de schulden te betalen.

Wat Ariëns deed was niets anders dan in daden omzetten wat de grote Leo XIII in zijn bekende encycliek ,,Rerum Novarum" van 15 Mei 1891 schreef. Het was een grote voldoening voor Ariëns, dat hij bij het verschijnen van die encycliek kon getuigen: „Wat Rerum Novarum wil, doen wij hier reeds twee jaar . Ariëns liet het niet bij woorden. Hij had — aldus G. Brom — evenveel daden als wij woorden. Sociale noden in de arbeiderskringen zag eenieder die zich niet vrijwillig de blinddoek voor de ogen bond. Kap. Ariëns zag ze maar stak ook de hand uit. Zwakke naturen zien ook wel de noden, maar leggen jammerend de handen in de schoot. Sterke naturen als onze jonge Doctor steken de handen uit de mouwen, teleurstellingen worden hun niet bespaard, maar de moed wordt nooit verloren. Hij was een Apostel die onstuimig voortgejaagd werd door Christus liefde. Hij was de verpersoonlijking van het woord van den H. Paulus „Als Christus maar verkondigd wordt" en daarvoor was hem geen werk te zwaar, geen strijd te groot en geen pijn te fel. Op zijn bidprentje staat: „Een scherpe geest die noden en kwalen doorzag en blootlegde" en dit is het succes van zijn werk te Enschede geworden.

Ariëns liet het ook niet bij daden, maar hij verbond het Labora met het Ora. Voor zijn werk vroeg hij steeds de zegen van Boven door het gebed. Een Zuster uit die tijd schrijft o.a.:

Waanneer Kapelaan Ariëns een moeilijk geval moest bijleggen of bepleiten, of hier en daar moest spreken voor het nut van zijn veelomvattende taak, kon hij de Zusters in het Larinksticht duchtig aan het bidden