is toegevoegd aan uw favorieten.

De ondernemers-overeenkomstenwet en haar bruikbaarheid voor het middenstandsbedrijf

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen of althans veel geringer bezwaren en gevaren te duchten voor de redelijke belangen van het verbruikende publiek, dan van privaatrechtelijke prijs- en quota-kartels.

En om diezelfde reden kunnen we ook verklaren en begrijpen de mening van hen, die als een der mooiste resultaten van de Wet op het algemeen verbindend verklaren van ondernemersovereenkomsten hier te lande aanmerken het feit, dat indertijd de Nederlandse Textiel Conventie (N.T.C.) als vrijwillige, privaatrechtelijke ondernemersovereenkomst (kartel) kon worden voortgezet, alleen wijl de principiële bereidverklaring van den Minister om deze conventie algemeen verbindend te verklaren, een grote en sterke tegenstander ertoe bracht, zonder wettelijke dwang zijn medewerking aan de conventie te verlenen.

De (Nederlandse Textiel Conventie is evenwel een conditiekartel.

Want bij de prijs- en quota-kartels ligt o.i. de zaak heel anders.

Daar immers gaat het om regelingen of overeenkomsten ten aanzien van de prijs en de omvang van de productie of afzet. En hierbij dreigt altijd het zeer ernstig gevaar, dat het monopolistisch groepsbelang van de betrokken ondernemers dezen ertoe zal drijven, voor bepaalde goederen of diensten een aanzienlijk hogere beloning van de verbruikers te vragen dan naar rede en billijkheid mag bedongen worden.

En nu is het wel waar, dat de Overheid, op grond van de Wet op het algemeen verbindend en onverbindend verklaren van ondernemersovereenkomsten, vrijwillige prijs- en quotakartels van ondernemers in eenzelfde tak of in aanverwante takken van bedrijf o n-verbindend kan verklaren, als het algemeen belang die o n-verbindendverklaring eist. Maar daargelaten de vraag, in hoeverre zo'n onverbindendverklaring het machtsmisbruik waartegen zij gericht is afdoende zal tegengaan, menen we veilig te mogen aannemen, dat op het gebied van vrijwillige, niet algemeen verbindend verklaarde ondernemersovereenkomsten enerzijds heel wat excessen lange tijd kunnen worden gepleegd zonder dat zij aan het licht komen, en dat anderzijds werkelijk aan het licht getreden excessen al zeer ernstig moeten zijn, vooraleer de Overheid ertoe overgaat de onverbindendverklaring uit te spreken van de daaraan ten grondslag liggende ondernemersovereenkomst(en).

Trouwens, in feite is zo'n onverbindendverklaring nog nimmer uitgesproken.

Een en ander neigt ons tot de mening, dat, uit de gezichtshoek van het algemeen belang, prijs- en quotaregelingen, die door algemeen verbindendverklaring of op andere wijze een zeker publiekrechtelijk karakter hebben verkregen, de voorkeur verdienen boven regelingen van louter privaatrechtelijke aard.

Immers, bij publiekrechtelijke bedrijfsregelingen — waaraan ook buitenstaanders en tegenstanders onder de belanghebbende on-