is toegevoegd aan uw favorieten.

De bescherming van het zelfstandig kleinbedrijf in den detailhandel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vooral ook van een voldoende financieele ondergrond een bepaald niveau hadden bereikt, konden zij zich snel vertakken en aldus een macht gaan vormen tegenover den producent. Ook hier waren het de goede boekhouding en administratie, het streven naar een snellen omzet en een massa omzet, het maken van reclame, het voeren van merk-artikelen, de specialisatie van arbeidskrachten door het aanstellen van de meeste deskundigen op elk gebied, het opvoeren van de continuiteit en het verkrijgen van topprestaties enz., waardoor de groei en de machtsvorming van deze grootwinkelbedrijven mogelijk werd.

Zoo is er een tijd geweest, dat in de worsteling de industrie weer kwam onder te liggen en afhankelijk werd van het grootwinkelbedrijf, welke nu de lakens uit kon deelen. De productie moest zich richten naar de door deze instellingen gestelde voorwaarden. De afname van deze grootwinkelbedrijven was voor de industrie van zooveel belang geworden, dat sommigen zich liever op een enkel grootbedrijf oriënteerden dan op de willekeur van een of enkele groothandelaren. Ook deze verhouding zal niet bestendig zijn en door een verdere concentratie van de zelfstandige industrieelen door afspraken en conventies zien wij thans de eerste symptomen van een wijziging in deze situatie en schijnt de machtsverhouding wederom te gaan verkeeren ten gunste van de producenten, meer speciaal van de producenten van de grondstoffen.

Het gevolg van dit alles is in elk geval geweest, dat het klein zelfstandig winkelbedrijf het gelag heeft moeten betalen. Procentueel mogen de omzetten van warenhuizen, filiaalzaken, eenheidsprijzen-winkels en verbruikscoöperaties nog sterk in de minderheid zijn in verhouding tot die van het klein winkelbedrijf, toch wordt hiermede niet de juiste machtsverhouding tusschen groot- en kleinwinkelbedrijf aangegeven en zelfs, indien de werkelijke ontwikkeling van het groot-bedrijf, wat de omzet betreft, niet veel meer zou toenemen, zou toch de machtsverhouding ten gunste van het grootwinkelbedrijf blijven bestaan.

Ook hier dient men echter te erkennen, dat door het research-werk van de groot-bedrijven ten aanzien van de methode een belangrijke vooruitgang is tot stand gebracht, welke een niet geringe vermindering van de distributiekosten impliceert.

Theoretisch zou deze vooruitgang ook hebben „kunnen" komen buiten het grootwinkelbedrijf om, maar in de werkelijkheid zou m.i. deze vooruitgang niet, althans veel langzamer zijn