is toegevoegd aan uw favorieten.

De bescherming van het zelfstandig kleinbedrijf in den detailhandel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

raadsvorming, verkoop en bezorging, toch is de kostenopbouw in vele gevallen verschillend en afhankelijk van de structuur van het bedrijf. Doch ook bij gelijke structuur treft men in de kleinhandelbedrijven vaak een belangrijk verschil in kosten aan en de oorzaak hiervan kan men meestal vinden bij een der drie volgende factoren : de omzetsnelheid, het risico en de bijzondere prestatie.

Al deze momenten tezamen nemend doen begrijpen, dat een vergelijking van de kosten tusschen de verschillende bedrijfstypen bijzonder bezwaarlijk wordt. Ik zal mij dan ook hier moeten beperken tot enkele algemeene opmerkingen.

De personeelkosten zijn bij den kleinhandel steeds het belangrijkste. Allereerst doordat de mechanisatie hier vrijwel is uitgesloten en de verkoop per automaat noodzakelijk tot enkele bepaalde soorten van goederen beperkt zal blijven. Bijna alles moet dus geschieden door de menschelijke arbeidskrachten. De invoering van kasregisters, typemachines en rekenmachines hebben weinig arbeidskrachten uitgestooten, zij hebben eerder bepaalde werkzaamheden binnen eenieders bereik gebracht. Het grootwinkelbedrijf kan hier tot een verdere specialisatie overgaan en zoodoende in vele gevallen ook over tamelijk goedkoope arbeidskrachten beschikken, vooral voor de eenvoudige werkzaamheden. Een regelmatige bezetting zal het warenhuis kunnen bereiken, omdat de verschillende seizoensschommelingen gedeeltelijk tegen elkander wegvallen. Doch de opvoering van het tempo, zooals men dat in de industrie heeft gedaan, blijft in den handel veel moeilijker, zeker in den kleinhandel, waar men toch voor een groot gedeelte afhankelijk is van de snelheid van den klant, zoodat het normaal is, dat hier veel onproductieve tijd voorkomt. Het zijn de grootwinkelbedrijven die door een goede organisatie gepoogd hebben de personeelskosten te drukken, door de verschillende arbeidskrachten gedurende dezen stillen tijd in een andere richting aan te wenden. Het kleinbedrijf is echter veel beter nog dan het grootbedrijf in de gelegenheid, om deze onproductieve tijden te elimineeren, zoodat in dat opzicht de personeelskosten niet zwaarder behoeven te drukken. Het feit, dat in het zelfstandig winkelbedrijf verscheidene huisgenooten kunnen medewerken en de omstandigheid, dat men daar minder afhankelijk is van hulppersoneel, maakt de werk-omstandigheid voor deze kleinere organisaties gunstiger.

Bij de grootere bedrijfstypen mogen in het algemeen de kosten van het verkoopend personeel naar verhouding geringer zijn, die van het geheele personeel zijn hooger. De groot-