is toegevoegd aan uw favorieten.

Kerke-werk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vermeldenswaard is t.a.v. de diakonale arbeid het bestaan van een aantal z.g. „werkhuizen" waarin tegenwoordig vooral ouden van dagen, maar ook wel maatschappelijk onvolwaardigen en nog niet zoo heel lang geleden zelfs weezen en idioten werden opgenomen. Aan zoo'n werkhuis is dan een min of meer uitgebreide (dit hangt van het aantal verpleegden af) boerderij verbonden die door de „vader" van het werkhuis geëxploiteerd wordt onder toezicht van de diakonie. Dat aan de „moderne" eischen van verpleging en huisvesting in zoo'n geval niet altijd voldaan wordt, spreekt vanzelf. De werkhuizen zijn een survival uit de tijd dat het aantal armlastigen op het drentsche zand overweldigend groot was (pl.m. 1850).

Het drentsche zand heeft tot nu toe haar eigen levensmogelijkheden uitgeleefd. Maar thans is het aan de grens daarvan gekomen. Er zijn nu nog twee mogelijkheden: een volk zonder kerk te worden of werkelijk een „Gezegend Volk" (titel van het landspel 1938), een volk dat haar leven begeleiden en bekeeren laat door het Woord van God. De beslissing is voor menig dorp heel accuut.

De tweede mogelijkheid laat reeds de teekenen zien van een beginnende verwerkelijking.

Men ziet vooral in de wat oudere generatie de consequenties van de onvoltooid verleden tijd in het leven van het nageslacht en. . . . schrikt. Het volk op het drentsche zand is „nuchter", maar vaak ook „wijs".

Het gaat in breede lagen beseffen dat de „boer zonder God" een dwaas is; maar het heeft meerendeels nog nooit duidelijk genoeg gehoord dat de verre „Alzegenaar" „met ons" is in Jezus Christus.

Het is duidelijk dat de prediking van de Kerk onder dit, zoo de zuigkracht van „bloed en bodem" ervarende, volk wel zeer nadrukkelijk christocentrisch zijn moet.

Voor de kerkelijke richtingsstrijd is men, als niet secundaire factoren als „de school" mede gaan spreken en als ze niet van-buiten-af wordt opgelegd, eigenlijk onverschillig. Men begrijpt ze niet omdat ze niet is opgekomen uit de eigen regionale kerkgeschiedenis.

Overal daar waar onder dit volk ook maar eenigszins de