is toegevoegd aan uw favorieten.

Kerke-werk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan niet scheen te kloppen met de levenservaring? (zie het citaat, dat ik vroeger gaf uit „In 't laatste kwartier"; met den oorlog). Men sprak van het tegenwoordige leven; maar vergat, dat de godzaligheid heeft de beloften des tegenwoordigen en des toekomenden levens (i Tim. 4:8; hetgeen allerminst een afschepen met een wissel op de eeuwigheid is!). De hoorders wisten niet meer, waar ze aan toe waren; nu ja, men was dan niet-fijn. De confessie van Lindeboom (blz. 141, n. 44) spreekt voor zich zelf. Het moralisme had men al uit zichzelf; het idealisme kon men niet volgen, want het bleef den Noord-Hollander te zwevend; de kritiek, het negatieve bleef hangen.

Dit proces heeft niet op één bepaald oogenblik plaats gevonden, ook niet bij allen gelijkelijk. Het ging langzaam, maar zeker; soms als de predikant geen boeiende gaven er tegen over te stellen had, snel, maar zeker.

Miste de Noord-Hollander dan de Christus-prediking in de eerste plaats? Ik geloof het niet. Van Wichen noemde als oorzaak der onkerkelijkheid (naast de mentaliteit van de bevolking) de schuld der Kerk. „Er zijn tijden geweest, dat men trouw ter kerk ging en er veel gebeuren moest, om die trouw te breken. Er is inderdaad veel gebeurd en die trouw is gebroken." In de prediking is niet de Eeuwigheid, maar de Tijd gepredikt en men heeft maar lidmaten aangenomen zonder hen te wijzen op de beteekenis van hun daad; dit gebrek aan prediking en catechese acht hij de vitale punten, al zou er meer van te zeggen zijn 74). Hier is inderdaad de kern geraakt.

Wanneer wij hierover nog enkele opmerkingen maken, is dit niet om over menschen te oordeelen (en zeker niet over hun verhouding tot God); willen wij ook niet zeggen, dat andere richtingen geen fouten gemaakt hebben en altijd zuiver het Woord des Levens gebracht hebben. Maar dit is zeker, dat voor Noord-Holland de moderne richting als onbetwist heerschende richting aansprakelijk is. En nu behoeft men niet zoo heel veel van de theologie dier richting te weten, gelijk die van 1870 af gebracht is, om te zien, dat het

74) M. van Wichen, Noordhollands Geestesmerk, blz. 5.