is toegevoegd aan uw favorieten.

Kerke-werk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den wonderboom is er een verblijden als bij Jona vanouds, maar o de vrees voor den worm, die in één nacht dat alles vernielen kan!

§ 2. VETTE EN MAGERE JAREN.

Het is zeker niet overdreven om te spreken van een wonderbaarlijken groei in deze streek. Als voorbeeld kunnen wij nemen ons eigen dorp Sassenheim. Dat in zijn naam zoo sterk herinnert aan de Saksen; de naam komt reeds voor in 1084. In 1632 waren er slechts 54 huizen, in 1732 een getal van 118 huizen; niet onaanzienlijk en vrij levendig werd toen het dorp genoemd. In 1850 woonden er 1000 zielen, en nu is het inwonertal gestegen tot 6000. En zoo ging het in elk opzicht: na den oorlog ging het met rassche schreden vooruit. Ieder volgend jaar was weer beter dan zijn voorganger. Land werd verkocht tot over de ƒ30.000 de H.A.; bollenhuizen verrezen, die meer dan een ton gouds kosten en op een plekje grond niet grooter dan de tafel stond voor een waarde van ƒ4000 aan bloembollen. Zoo kwam het voor: Amerikaansche perspectieven waren hier; met een rijksdaalder begonnen, bracht men het tot millionnair. Klein Monte-Carlo werd het hier geheeten, want er werd grof gespeculeerd en alles werd op het vak gezet. Ook in dit land kwam nu de crisis, ja hier vooral. Mocht men elders van verliezen spreken, hier waren het rampen. Was het dorp te klein geworden voor de bedrijven en zocht men elders geschikte gronden om er een filiaalbedrijf te stichten, met name in den Anna Paulownapolder, nu zag men roggevelden en braakliggend land. Waren er elders ook werkloozen, hier was werkloosheid waar wel een derde der gemeente rechtstreeks bij betrokken was. De magere jaren waren gekomen, maar niet had een Jozef den vinger waarschuwend opgeheven en geen voorraadschuren voorzagen in den nood.

En het is nu in de crisis, dat men het best de menschen leert

kennen. _ .

En aldus gaven de laatste jaren meer inzicht dan de vorige. Hoe ving men den stoot op? En hoe hield de kerk zich onder dat stormgetij? Laten wij het kortelijks nagaan bij drie groepen: de eigenlijke bezitters, de jeugd en de werklieden.