is toegevoegd aan uw favorieten.

Kerke-werk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kerken. Daar wordt in dien tijd reeds bericht van een geregeld consistorie.

Welke verwachtingen wekt dit alles niet! De uitkomsten zijn echter anders. Als men omstreeks 1625 in deze gewesten rondziet, dan is alles weer verloren en heeft de Roomsche overheid alles in handen, de geestelijkheid alles onder haar beslag. Men kan zich niet aan den indruk onttrekken, dat hier gewelddadig is verstoord veel, dat naar geestelijken maatstaf tot bloei en vrucht had mogen komen. Maar ook voelt men er iets van, dat hier niet heeft willen aarden, wat

elders in het leven van ons volk zoo diepe wortelen schoot.

* * *

Daarna breekt een tijd van nieuwe verwachtingen aan. Frederik Hendrik belegert de hoofdstad van Brabant en het ontroert ons nog heden, als we in een ander van Dr Meindersma's geschriften lezen over de Algemeene Vast- en Bededagen, in de Noordnederlandsche Classes uitgeschreven tijdens dat beleg. Men heeft in huis en kerk God gesmeekt om de verovering van de stad 's-Hertogenbosch. Men verwachtte stellig, dat daardoor de geestelijke invalspoort vrij zou komen voor de eindelijke Reformatie van gansch Brabant. Niet zoozeer op een „Brabantia Nostra" als wel op een Brabant voor den Heere der Kercke had men zijn hoop gesteld.

En hoe van den vrede van Münster af de zaak der Hervorming ter hand genomen is, getuigt van geloof, energie, dapperheid en zakelijkheid. Men greep naar het groote remedie van een Buitengewone Kerkelijke Vergadering, waarin de geheele Nederlandsche Kerk vertegenwoordigd was en die de stelselmatige Reformatie ten doel had van Maasland, Peelland, Kempenland en het land van Oisterwijk. Deze Vergadering te 's-Hertogenbosch in 1648 heeft, met groote onbekrompenheid van de zijde der Generale Staten, 56 predikanten voor de dorpen beroepen en bevestigd; voor Peel- en Kempenland nagenoeg het dubbele van het aantal predikanten van heden.

"We kunnen op het vele werk, dat in dien tijd, ook in andere Classes, verzet is, niet verder ingaan, maar vragen: wat is de uitkomst van dit alles geweest? De van God afgebeden