is toegevoegd aan uw favorieten.

Kerke-werk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is uit het bovenstaande wel duidelijk geworden, dat men eigenlijk maar in betrekkelijke mate van autochthone Hervormden kan spreken. Zeker, velen zijn in Brabant geboren, veler ouders en grootouders woonden reeds hier, maar meestal blijkt, dat het geslacht toch uit eenige kerkelijke Gemeente „boven de Maas" afkomstig is. En daarnaast heeft men den indruk, dat ook die er langer wonen op dezen grond door de atmospheer, die hen omringt, geestelijk nooit geheel thuisraken. En behalve dezen is er wel in elke Gemeente ook een groep, aan wie men nog zeer goed merken kan, dat ze in een heel ander kerkelijk (of onkerkelijk) gewest zijn geboren en groot geworden. Daardoor treft men in de Hervormde Kerk van Brabant weinig charakter, weinig eigen kerkelijken stijl. Eerder voert een zekere afwezigheid van marquante eigenschappen den boventoon. Het feit immers, dat ook de „zwaarste broeder" ongemerkt iets van de warme gemoedelijkheid en de gemakkelijke luchtigheid van den Roomschen Brabander in zich opneemt, is geen positief goed. En zeker niet, als men zich onwillekeurig ook verder naar den landaard voegt, die niet gekenmerkt wordt door zelfstandigheid en initiatief! Ook de Hervormde in Brabant neemt maar al te vlug over dat zich gemakkelijk aanleunen tegen wie geacht wordt geestelijk gezag te oefenen. Kerkelijk is dan ook, mede doordat vaak weinig „geschikt en gewillig" personeel in de Gemeenten aanwezig was, de activeering van gemeenteleden een permanent en gevoelig vraagstuk. Het lijkt wel, of zich het feit, dat de predikanten in 1648 alles alleen moesten opbouwen, nog wreekt, terwijl immers het mede-zorgen en mede-dienen in een Gemeente eerst in den loop van geslachten geleerd wordt en als van-zelf-sprekend gedaan. ° Een ander kenmerk — evenmin een stellige eigenschap — is de geringe belangstelling voor leerstellige belijning of (wil men) de geringe behoefte te doordenken, wat men gelooft. Men kan deze verklaren uit meer dan een oorzaak. Allereerst is alle discussie met den Roomschen leek eigenlijk onvruchtbaar; is hij niet leek? Maar ook heeft men in de kleine Gemeente a.h.w. de ruimte niet om tegenover elkander de lijnen forsch te trekken. Al komt men uit streken van zeer verschillende dogmatische overtuiging in Brabant bij elkaar,