is toegevoegd aan uw favorieten.

Kerke-werk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrijheid om weg te blijven. En het blijkt dat in alle vriendschap en vrede zulks mogelijk is, als men leert met een iegelijk het zijne te zoeken, maar ook dat der anderen is. Ook degenen die totaal geen liturgie wenschen, hebben hun bijbellezingen in den winter. En die uitsluitend de meest ouderwetsche eeredienst begeerden, hadden een Zondagavond en een tweeden feestdag, die besteed werd aan leerdienst. De avondbeurten echter moesten afgeschaft worden wegens gebrek aan deelneming.

In zijn uitstekend werk over „Onze Eeredienst" heeft Dr. A. Kuyper eenige hoofdstukken gewijd aan het gebouw en de bijlokalen, aan het altaar, aan den schoonheidseisch. Men heeft bij den bouw aan al deze dingen gedacht. De kerk is in kruisvorm, heeft een koor, alle pilaren en bogen zijn in rooden baksteen gehouden. De heele kerk ziet uit op een verhoogd deel, waar de zeer oude preekstoel als symbool van het Woord op den voorgrond treedt, maar ook de sacramenten altijd gezien worden in een blijkende Avondmaalstafel of altaar en een doopvont, maar ook het orgel als symbool van het lied der gemeente ter eere Gods. Op het Koor ziet men verder een mozaïk, een Avondmaal van Thorn Prikker. Gebrandschilderde ramen stellen de twaalf apostelen voor.

Die binnenkomen zien de worsteling van Jacob, die weggaan zien den Vader uit de gelijkenis van den \ erloren Zoon.

Behalve andere muurschilderingen is tusschen twee ramen een mooi houten bord met een lied van Revius, dat de kerk en de kerkgangers zich altijd herinneren mogen:

't Is wijsheijt na den stal tot Bethlehem te treden,

Dat is, opdat ghijt weet te comen in zijn Kerck;

Ghij vinter Godes Soon en Zijn vercoren Leden, Al gateter wat slecht en armeüjck te werck.

Het derde groote belang dat men op het oog had was, dat niemand uitgesloten zou worden, maar dat deze kerk toch voornamelijk zou zijn voor de menschen van de periphene, voor degenen die buiten stonden, voor wie de kerk jaren lang erg koel was geweest of die meer dan koel tegeno\er