is toegevoegd aan uw favorieten.

Kerke-werk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beginnen, gold als eerste plicht, zich op de kennis van taal

en zeden toe te leggen. .

Dr. Kruijt en Dr. Adriani, die als eerste zendelingen in het land kwamen, hebben het verstaan, de weg tot de harten der bevolking te vinden. Beiden waren baanbrekers, ieder naar eigen aard en aanleg. Dr. Kruijt was het gegeven, in het zieleleven der Toradjas binnen te dringen door zijn onderzoek van hun zeden en godsdienst. Dr. Adriani als geniaal taalgeleerde leerde het denken en voelen der menschen verstaan door zijn taalonderzoek. Door de samenwerking van deze beide mannen werd de grondslag gelegd voor een der bloeiendste Nederlandsche zendingsvelden, waartoe Midden-Celebes zonder twijfel behoort.

Men zag in als volstrekte voorwaarde voor alle zendingsarbeid, dat men allereerst de menschen moest leeren kennen, wat alléén te bereiken was doordat men zich alle moeite getroostte taal, zeden en godsdienst te leeren

kennen. . ,,,

Hier in Midden-Celebes is de zending nimmer gewelddadig of eigenzinnig tegenover het volkskarakter opgetreden, maar in ootmoed heeft men de menschen getoond, dat men niet kwam om te verstoren en te ontnemen, maar om het beste te brengen, dat de Hollandsche Christenheid bezat, het Evangelie. Maar ook het beste, ook het Evangelie, mag men niemand opdringen. Mede daarom kwamen de zendelingen niet, om vóór alles de „domme primitieven te onderrichten, maar ze wilden allereerst van hen leeren. Ook in de zending moet men eerst leerling worden, voor men begint te onderrichten. De zendelingen hebben zich het vertrouwen der menschen door moeizame en onzelfzuchtige arbeid moeten verwerven. Zoolang men nog niet kon prediken, heeft men de zieken geholpen. Men gaf ook daardoor de bevolking gelegenheid, de zendelingen te leeren kennen, wat van zeer groot belang is, daar het in de natuur van de primitieven ligt, wantrouwend te staan tegenover al wat nieuw is, vooral tegenover de blanken, wier bedoelingen ze niet konden begrijpen. Zonder dit wederkeerig elkaar leeren kennen, komt geen wederzijdsch verstaan en vertrouwen tot stand. Deze inspanning, dit zich alle moeite getroosten ter wille van de heidenen, is onvoorwaardelijke plicht van