is toegevoegd aan uw favorieten.

Kerke-werk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geven, daartoe konden velen niet zoo spoedig besluiten, ook al begon men te vermoeden, dat het Christendom misschien een „betere godsdienst" zou zijn. De vooroudervereering is een sterke band, die de geheele stam samenbindt, zelfs de dooden in het doodenrijk met de nog op aarde levenden. Meermalen wilde men de vooroudervereering niet loslaten uit vrees voor de straf der doodengeesten, die men zonder deze vereering voortdurend had te vreezen.

Ook de heidensche priesters en priesteressen waren meestal tegenstanders van het Evangelie. Zij wisten de menschen aan zich te binden en hun vrees aan te jagen. Ook de magische afweer- en toovermiddelen wilde men vaak niet loslaten. „Wat zou men bij ziekte doen, hoe zich beveiligen tegen de verderfelijke machten, die dag en nacht de menschen bedreigen? Hoe kon men ook verlangen de goden en geesten niet meer te offeren; men kon daardoor immers bij alles op hun hulp rekenen?" Maar ondanks strijd en afwijzing, die de Blijde Boodschap ondervond, strooiden de zendelingen vastberaden het goede zaad uit, wetende dat de menschen het noodiger hadden dan het dagelijksch brood, ofschoon ze dat nog niet beseften. Onder het volk en in de families gaf het menigmaal strijd, doordat men omtrent het voor en tegen zijn meening uitte; hetwelk zich evenwel vaak in alle stilte afspeelde. Zeer vaak zaten de mannen geheele nachten bijeen, om te beraadslagen wat men zou doen. Dat behoeft ons in 't geheel niet te verwonderen, aangezien het gold de godsdienst, overgeleverd door de voorouders, op te geven. Het licht des Evangelies stond voor de deur; reeds begon het te schemeren over de wijkende nacht van het heidendom.

3. Oprichting van scholen; Doopcandidaten en eerste Gemeenten.

Een uitnemend zendingsmiddel, waarvan de Zendelingen zich van den beginne aan bedienden, was de school en de inheemsche onderwijzer. In het begin was het vanzelfsprekend zeer moeilijk kinderen voor de scholen te krijgen, maar toen men bemerkte wat voor nut de scholen hadden, kwam men zelf bij den zendeling om een onderwijzer voor hun dorpen te bekomen. Men voerde spoedig als regel in,