is toegevoegd aan uw favorieten.

De pastoor van Ars

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mij den weg gewezen naar Ars, om je te beloonen zal ik je den weg wijzen naar den hemel . En nu vrijmoedig geworden, verklaarde de jongen, dat zij zich daar reeds bevonden op de grens van de gemeente Ars. Onmiddellijk viel de pastoor op de knieën en bad . . . allen zwegen.

Spoedig kwamen zij nu aan den rand van een vallei. De avond was reeds vallende, aan weeerskanten van het dal deinden de hellingen in de schemering weg, beneden stroomde het riviertje de Fontblin kronkelend tusschen popelieren. Het dorpje lag aan hun kant, de lage leemen huizen met stroo gedekt ordeloos verspreid in de zwarte winterboomgaardjes. In het midden stond het kerkje, de vuil witte muren blonken in den avond, het open klokketorentje was gebouwd op een paar zwarte balken; er was een triestigheid over dit gebouwtje, alsof alle leven hier verdwenen was. Aan den overkant der rivier lag in een groep van kale boomen het kasteel van Ars, een zware steenbouw zonder torens of versiering; daar woonde geheel alleen freule Anne des Garêts d Ars, een klein mager fijngeestig persoontje van vier en zestig jaar, zij leefde in een vrome rust, de revolutie was blijkbaar niet doorgedrongen in deze eenzaamheid.

Uit de hoogte neerziend op de huizen en de kerk, sprak de pastoor zachtjes: „wat is het klein!" en plotseling bewogen, voegde hij luider er aan toe : ,,deze parochie zal de menschen niet kunnen herbergen, die hier later komen zullen !" dan knielde hij en bad opnieuw.

Weldra rolde de wagen met de meubelen over het dorpsplein onder de zware noteboomen, aan den