is toegevoegd aan uw favorieten.

De pastoor van Ars

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIII

Verschillende malen werd hij wakker met het gevoel alsof er een hand zachtjes over zijn gezicht streek, soms alsof er ratten over zijn gezicht en handen liepen, soms weer of er een hond snuffelde en blies over zijn kussen en zijn hoofd. Op een avond, toen hij nauwelijks te bed lag, werd het harde bed heel donzig en zacht en hij zelf zonk in die zachtheid weg; tegelijk hoorde hij een diep wellustig zuchten van voldaanheid en aanmoedigende woorden om zich te laten gaan : ,,ha ! ha ! allons, allons ! Toen schrok de arme asceet hevig en maakte een kruis : en de begoocheling was verdwenen. De duivel verborg zich ook wel onder zijn bed, zelfs onder zijn hoofdkussen en liet dan uren lang een akelig gekerm hooren, een zwak zuchten als van een stervende of een nijdig gegil wat den slapelooze pijnlijk in de ooren klonk. De pastoor vertelde dat alles gaarne, meestal op half humoristischen toon. Niettemin beteekenden die kwellingen voor hem niet enkel het gemis van een verkwikkenden slaap na een uiterst zware dagtaak bij veel ontbeeringen en vasten, maar zij waren ook een voortdurende verstoring van de zoo verlangend door hem gezochte eenzaamheid, een vertroebeling der zuivere stilte van alleen zijn in meditatie of gebed. En daardoor drukte hem de leegte van het huis des te meer. Eens had hij voor een nacht een missionaris van Pont d'Ain te logeeren; toen zij samen naar boven gingen naar hun slaapkamers, voelde de pastoor plotseling dit samenzijn als een vertroosting en den missionaris latende vóórgaan, zeide hij opgelucht: ,,0, mon ami, ce n'est pas comme hier:

82