is toegevoegd aan uw favorieten.

De pastoor van Ars

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den eenzamen pastoor geen einde, gaf hij zich de discipline en vastte nog veel erger dan gewoonlijk, dan liep hij met den dikken wandelstok in de eene, en den rozenkrans in de andere hand door velden en bosschen ,,et cassait la tête a ces bons saints." Onverwachts kwam er soms redding. Toen er eens een groote graanlevering betaald moest worden, liep hij weer onrustig door het veld en ontmoette daar een gewoon gekleede vrouw.

,,Zijt gij de pastoor van Ars?" - „Ja!" - „Hier is geld, dat ik U moet brengen". - ,,Zijn het missen?" „Neen ! men beveelt zich alleen aan in uwe gebeden". En toen ging de onbekende weer door. Een ander keer klaagde hij in zijn grooten nood aan zijn missionaris Tailhades, dat hij wel drie duizend francs schuld had. „Wees gerust, zeide de abbé, God zal helpen." Den volgenden dag ontmoette hij hem van zijn catechismus terugkomend. Opgewekt maakte de pastoor een kort praatje, dan, met een glimlach : „maar ik moet u verlaten, want ik ga mijn geld tellen". Even later weer terug, riep hij uit: „wij hebben geld, heel veel geld ! Vanmorgen was ik opgepropt met goud, mijn zakken bengelden zwaar, ik moest ze met mijn twee handen ondersteunen". - „Waar hebt u dat alles gevonden?" - O, ik heb het wel ergens gevonden". Meer zeide hij niet. Zoo ging het gewoonlijk, de gevers kende hij dikwijls zelf niet. Vermoedelijk in 1829, een zeer slecht oogstjaar, was de nood zoo hoog gestegen, dat de pastoor meende de kinderen naar huis te moeten sturen.

Op den graanzolder der Providence, die in de pastorie was, lag hier en daar verspreid nog maar een handvol graan en nergens kon hij meer om hulp vra-