is toegevoegd aan uw favorieten.
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mijn geest reizen, ik zoek een hoekje om mijn arme leven te beweenen en boete te doen voor mijn zonden". In een herfstnacht van 1840 werd hem de bekoring te machtig, omstreeks twee uur sloop hij naar buiten, zoekend in het duister den weg naar Villefranche. Niet ver buiten het dorp stond een groot kruis in het veld; daar aangekomen bleef hij plots staan, ziende met een schrik den donkeren omtrek ervan tegen de lucht. „Dat was toch niet Gods wil, de biechtelingen zaten te wachten in lange rijen en haastig keerde hij terug op zijn post.

Na herstel van zijn ziekte in 1843 mocht hij spoedig weer de heilige mis lezen maar de dokter verbood hem nog weken lang het afmattende biechthooren. Toen het verbod opgeheven werd, hervatte hij zijn taak op de gewone wijze, trotseerend zelfs de benauwende zomerhitte in de kleine cel. Men zag hem ook weer om één uur 's nachts met zijn lantaarntje verschijnen aan de poort van de binnen plaats, om af te werken de zware dagtaak al de eindelooze uren, alle dagen gelijk. De toeloop in Ars werd zelfs veel grooter dan hij ooit geweest was. Reeds in^ de sacristie, 's morgens na de mis, drong de menigte op, verminkten en zieken en door ongelukken getroffenen, moeders met verlamde of blinde kinderen, rijken en armen, gingen tot den wonderlijken man, gedreven door een groot geloof. E.n daar stond hij dan in de benauwende menschenlucht dicht omsloten in hun midden, geduldig zijn liefde uitdeelend aan allen, de ascetische heilige met een groot medelijden op het gelaat.

Toen stuurde de bisschop hem als steun den pastoor van een naburig dorp, den jongen abbé Raymond,