is toegevoegd aan uw favorieten.

De pastoor van Ars

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorzorg haalde de artiest bij den bisschop een brief, die den pastoor moest bewegen voor hem te poseeren. Dan, geknield in den biechtstoel, als wilde ook hij biechten, reikte hij onmiddellijk den brief. Toen de pastoor hem gelezen had, stond hij op en liep weg, roepend: „neen, nooit! voor u niet en voor uwen bisschop niet!" En Cabuchet was gedwongen de buste te maken half verborgen in een hoekje van de kerk op het catechismusuur. Toen de heilige man het werk zag, zei hij een beetje verlegen: „dat is geen carnaval!" doch hij verbood met nadruk reproducties er van onder het volk te brengen vóór zijn dood. In wit marmer uitgevoerd versiert dit beeld de kapel van Ars, waar het hart van den heilige bewaard wordt. Maar naar de buste heeft de beeldhou- , wer een levensgroot beeld gemaakt: de «heilige knielend zonder steun op den kerkvloer vóór het altaar, de handen gevouwen, de oogen gericht op het tabernakel. De uitdrukking in houding en gelaat is zoo intens in zijn simpelheid en liefde, dat aan al wie het leven van den pastoor leerde kennen, dit beeld een plotselinge ontroering moet brengen en het zoetelijke er in zal hem niet meer hinderen. De voornaamste verdienste van den beeldhouwer is wel het moment waarop de heilige is genomen. Want zoo zat hij daar in het vervallen kerkje reeds bij het begin van zijn verblijf in het dorp, gedurende de stille morgenuren, als de kerk geheel verlaten stond; zoo zag men hem daar zitten, uitgemagerd en eenzaam, toen de menschen hem vervolgden en bedreigden om zijn preeken tegen dans en drank en zondagschending en toen hij zelfs door zijn confraters in den omtrek werd geminacht en bestreden. Een lange reeks