is toegevoegd aan uw favorieten.

De pastoor van Ars

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XV

Nederigheid, niet enkel versterving, zocht de heilige ook in volkomen armoede naar het goddelijk voorbeeld. De Vianney's waren van vader op zoon altijd welgestelde boeren. Toen de pastoor zijn erfdeel ontving, gaf hij dadelijk meer dan zijn inkomen aan de armen en stichtte ten slotte met het overschot van zijn bezit het kinderhuis. Maar zelf bleef hij leven van aalmoezen, zooveel mogelijk van dag tot dag. Aan de drie directrices der Providence betaalde hij nooit eenig geld, hij wilde dat ook zij in Godsvertrouwen zich zouden voeden en kleeden met wat gegeven werd.

Er werd reeds verhaald van zijn ontzettende verstervingen gedurende de eerste tien jaren in Ars, den tijd zijner „folies de jeunesse". Maar ook daarna, toen zwakte hem tot eenige verzachting noopte, bleef zijn levenswijze harder en ruwer dan van een trappist. Ontbijten deed hij eigenlijk niet, des middags vond hij in het kinderhuis een potje met soep of chocolademelk. Tot aan zijn ziekte in 1843 at hij des avonds in 't geheel niet. In zijn ouderdom moest hij op voorschrift van den dokter, bevestigd door den biechtvader, wat krachtiger en meer voedsel nemen. Hij at toen op het vervelooze uitgewoonde kamertje, met wanden gebruind door den rook van het houtvuur in den haard, met twee ramen zonder gordijnen. Daar stond dan op een tafeltje zonder kleed, een aarden bord met wat groenten, een paar eieren, - als hij slecht er aan toe was, een stukje vleesch - een stuk brood, een kan water, een flesch gewone wijn, door Catherine klaar gezet vóór dat hij kwam.