is toegevoegd aan uw favorieten.

De pastoor van Ars

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sprak over de geheimen van het volgend leven met een felle zekerheid, zooals een man spreekt over een land, waar hij lang heeft vertoefd, hij sprak over het aardsche met een fijne ironie die lachen deed, over de eenheid in God van een zuivere ziel met den klank en de klaarheid van een groot dichter. ,,De pastoor, zegt Monnin, was van de school van St. Franciscus, van St. Bonaventura, van den zaligen Suso, of van die beminnelijke contemplatieven, die met de naïeve bevalligheid hunner beeldspraak sieren den strengen en diepen ernst der gedachten. Daar waar anderen slechts vergankelijke schoonheid zien, ontdekte hij, als met de gave van het tweede gezicht, treffende harmonieën tusschen de natuurlijke en de moreele orde der dingen". Bij voorkeur vertelde hij op dit rustige avonduur van zijn geliefde heiligen en dan was hij onuitputtelijk; te midden zijner vertrouwde vrienden, op het kamertje zijner gezegende eenzaamheid gedurende zoo lange jaren, gaf hij vrijen loop aan zijn gevoel; soms kwamen hem tranen in de oogen, wanneer hij op eigen simpele wijze, eenigszins in het pakkende dialect van zijn boerenland, sprak over de heilige vrienden als had hij met ze omgegaan. Alle historische heiligen kende hij nauwkeurig, maar evenzeer en met eenzelfde geloof sprak hij over de legendarische heiligen, zooals zij in bonte en blijde reeksen aan het oog van den lezer voorbijtrekken in een Legenda aurea. Hij had een oprechte minachting voor de wijze menschen, die niet gelooven aan het wonderlijke in Gods omgang met reine zielen; ,,de zon, zeide hij, gaat zich niet verbergen uit vrees om de nachtvogels te verjagen". En Monnin, zeer dikwijls gelukkige getuige van deze samen-