is toegevoegd aan uw favorieten.

De pastoor van Ars

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hemel!" - „Later!" - „Maar het is tijd!" - „Gij zult altijd mijn kind zijn en ik uwe moeder". En dit zeggend verdween zij". Toen keek Etiennette Durié naar den pastoor, die bij zijn tafel stond, de handen saamgevouwen tegen de borst, een lichtschittering over zijn gezicht, starend onbeweeglijk: „ik vreesde dat hij dood was en trok hem bij een plooi van de soutaan. „Mijn God! zijt gij het!" - Waar waart u toch? wat hebt u gezien?" - „Ik heb een dame gezien !" - Ik ook : wie was zij toch?" - Als gij er over spreekt, zult gij geen voet meer hier zetten" - „Ik dacht, mijn vader, dat het de H. Maagd was". - Gij hebt u niet vergist: hebt gij haar dus ook gezien ?" „Ik heb haar gezien en tot haar gesproken. Maar nu zult u mij zeggen, in welken toestand u waart, toen ik u voor dood hield ! - „O, neen ! ik was al te blij, dat ik mijn moeder zag". -

De pastoor zeide haar ten slotte dat zij binnenkort zou herstellen van haar ziekte. Drie maanden later, op het Mariafeest van 1 5 Augustus genas de kankerwonde, terwijl zij op bedevaart was in Ars. In Maart 1852 was een jonge zuster van de congregatie van het Kind-Jesus getuige een er langdurige extase met irradiatie. Om half twee in den morgen was zij de eerste, die den biechtstoel der vrouwen in de kapel van St. Jan binnenging. Er brandde daar slechts een enkele kaars, spreidend een flauwen schijn over de aaneen gesloten donkere vrouwenfiguren geknield in de banken. Toen het gordijntje weggeschoven werd, zag de zuster den heilige zittend in een wit licht, dat hem geheel omhulde, doch niet van boven neerviel als een straal. In groote ontroering

13. De Pastoor van Ars.