is toegevoegd aan uw favorieten.

De pastoor van Ars

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oogen, sprak over alle lijden verteerende liefde tot God. Bij het vertrek gaf hij aan Pauline een klein houten kruisje en zeide niets. Maar zij begreep, haar kruis moest zij dragen met liefde en stille overgave. De vrouwen knielden neer en zichtbaar ontroerd, gaf hij zijnen zegen.

De Julimaand van het jaar 1859 was buitengewoon heet, de velden rondom Ars verschroeiden hopeloos in den zonnebrand : soms werd het donker als bij schemering door dreigende onweerswolken, maar zij dreven weer weg en onverminderd duurde de broeihitte voort, ook des nachts. In Ars was de stemming van het volk gedrukt als bij een naderend onheil. De lichaamskracht van den heilige verminderde zichtbaar in de laatste maanden : wel kon het wonder Gods, dat dit uitgeteerde lichaam zoo lang reeds bleef bezielen, nog voortduren maar men begreep het gevaar der groote hitte voor den grijsaard. De toeloop van pelgrims verminderde volstrekt niet door het ondragelijke weer, dag en nacht was het dorp vol menschen en op het groote plein, dat des nachts geleek op een kamp, heerschte aldoor een eerbiedige stilte. Voortdurend was de kerk gevuld, de lucht was daar onbeschrijfelijk bedorven en vuil, zoodat velen reeds na een kort verblijf naar buiten moesten vluchten, de bezwijming nabij. Doch de arme heilige kon niet vluchten, hij zat daar zijn eindelooze uren in den benauwden biechtstoel, hield catechismus en avondgebed, terwijl het zweet afdroop langs aangezicht en hals. En angst en medelijden stond op de gezichten, als hij des avonds wankelend huiswaarts ging door de menigte.