is toegevoegd aan uw favorieten.

Gysbert Japicx wirken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hier 's lijdsaem' Paciënti plant:

Kruyd, dat, hoe seer 't goe Christens passen Mag, niet in all' mans Hof wil wassen.

Een kruyd, die 't noyt heeft by der hand, Is rust-, lust-, luckloos uyre en stonden.

Kruyd, dien 't geens tijds verliezen kan,

Lauriere ik voor den kloecksten man.

Die 't niet van doen heeft werd't bevonden

Voor de eerst', mijns oordeels, van die slag. Kruyd, die 't eenpaer' groen hebben groeyen, 'k Geloov' niet datse op Aerden bloeyen.

Die 't queeckt en herqueeckt nacht en dag. End', hoe hy herqueeckt, moet gedogen,

Sulck kruyd, voor onkruyd, uytgewied't,

Wijck't 't Jobs, noch Mosis, dulddeugd niet. Na 't Gods Lam sweemt hy d' hoogst der hoogen.

Hier 's Balsem voor een zond' sieck hert.

Hier 's Hermons Dauw', Manna', Ambrosia.

Hier 's Hemelsch' Lijcksalv', Myrr', Momia.

Hier 's Moli, tegen Circes pert',

's Vleeschs verck-vervormend' toverkuyren.

Hier 's nutt' Nepenth', dat druck verdoet.

Hier 's Hebe, jeugdnat, Nectar-soet'

Dat staeg' nieuwe eynd'looz' jeugd doet duyren.

Hier 's maer wat sing ick meer van hier 's,

Hyer 's saus' voor die in tranen zajen,

Datse eynd'lijck vreugd, die vreugd blijft, majen.

Dank hebb heyl'ge Eng'lsche inkt pluym swiers, Wier glimp Teemsche Albiönsche stranden En Piktens Tin-kil, spiegelwijz',

Afsteute, als Sonne, in Ucht-oprijz,

Op onz' Vereende Nederlanden.

Doch vlickerde als op nat, dat beev't,