is toegevoegd aan uw favorieten.

Egmond-verhalen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waren ze er toch weer om te plunderen en te vernielen. Het is nu juist twee maanden geleden — in ditzelfde jaar O. H. 922, op den 12den Kalenderdag van Juli, d.i. St. Vitusdag — dat onze Koning, Karei de Eenvoudige, het Charter uitvaardigde, waarin hij aan Diederick, Zoon van Gerolf en broeder van Walengier, „in den naam der H. Drievuldigheid" de kerk van Haecm.unde en alwat daartoe gerechtelijk behoort, dienstlieden, bos» schen, moerassen, wateren, weiden, in erfelijk leen gaf. Juist om deze heilige plek voorgoed in veilige wake te stellen. Want opnieuw is het kerkfort verwoest. De nieuwe graaf Diederick, die hier zjjn woning vestigde, vond het in puin."

De twee anderen hadden vol aandacht toegeluisterd, eerbiedig zooals immer, wanneer Zuster Wilfsit sprak. Want al waren haar woorden ook tevoren reeds onveranderlijk vol wijsheid, sedert Sint Adelbert haar in den droom verscheen, geleek het wel of aan Zuster Wilfsit de gave van voorziening en profetie was toebedeeld.

Onder Wilfsit's verhaal waren ze op den overlommerden weg gekomen, die naar de hooge palissade voerde, rondom de gravenzate ter beveiliging opgetrokken.

Ze vonden in deze palenbeschutting den ingang wijd open. Over het pad onder de volbeladen appelboomen van een grooten bongerd, kwamen ze vlak voor het breede, maar lage met riet be-