is toegevoegd aan uw favorieten.

Egmond-verhalen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

snavel een flonkerenden ronden edelsteen vlak voor haar voeten neervallen. Dan sloeg hij de vleugels weer open, stiet zich veerkrachtig van den grond op, en nam met een wijden boog, over het plaggendak van de hut, z'n vlucht zuidwaarts, de open verten van den zonnigen najaarshemel in. „Brave! Brave!" riep Ebba hem na, zonder te weten, dat ze daar, zoo oud als ze was, met opengestrekte armen stond, als wilde ze hem navliegen! — Toch aanhankelijkheid en dank! En een afscheidsgroet! Zie dan, zie, wat is hij mooi en sterk, vogel-ooievaar, en hoe onverschrokken kiest hij z'n weg door de wijde vrije lucht!

Eerst toen ook het allerlaatste, de voortzwevende kleine witte glimp, boven de bosschen in de nevelblauwe zuiderverte was verdwenen, boog oude Ebba zich voorover om den flonkersteen op te rapen, dien hij haar gebracht had. Doorzichtig en lichtend lag de wisselkleurige edelsteen op haar verweerde rimpelhand te stralen, zonnegoud en rozerood en dan weer klaar groen als de zee in den morgen, of blauw als de avondhemel bjj maneschijn.

,,'t Moet wel iets van overgroote waarde zijn", dacht Ebba bezorgd. „Maar wat kan een arme oude vrouw eigenlijk doen met een schat zóó kostbaar?"

Ze begreep meteen, dat ze den edelsteen onmogelijk in haar hut zou durven bewaren. Zelfs geen