is toegevoegd aan uw favorieten.

Egmond-verhalen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hildegaerd op, toen Ebba haar den gr ooien edelsteen in de handen legde, bij wiens glans alle pracht en praal van Hildegaerd's gewaad en van de heele troonhal verduisterden.

„Dat kan niet anders dan de steen Ostelaen zijn!" riep Hildegaerd uit. „De steen Ostelaen, die alle licht en kleur van zon, maan en sterren, van zee en hemel, van lentebloei en zomerrozen in zich bevat en zelfs den donkersten nacht verheldert tot een klaren morgen. Sinds de Vikingen den steen Ostelaen uit de schatkamers van de Karolingers roofden, hebben velen hem vergeefs gezocht door alle landen van Christenen of heidenen. Hoe komt een steen zoo overkostbaar in uw handen, Ebba? En wat wilt ge er mee doen?"

Toen begon Ebba over vogel-ooievaar te vertellen en hoe deze den steen Ostelaen aan haar voeten was komen leggen, terwijl ze Sint Adelbert aanriep om bescherming voor Kennemerland. „Zou 't misschien willen zeggen, Ebba, dat de steen Ostelaen eigenlijk aan Sint Adelbert moet geofferd worden, om zijn voorspraak af te smeeken? Al zou dit zeker te veel gevraagd zijn van iemand, die tot in haar ouden dag haar brood met hard werken moet verdienen. Want de steen Ostelaen, Ebba, — 'k beschouw het als m'n plicht u dit te zeggen — is meer waard dan alle goud, parels en edelsteenen uit mijn schrijnen samen. Ge zijt er de rijkste van Kennemerland door geworden."