is toegevoegd aan uw favorieten.

Egmond-verhalen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu hij aan het graafje denkt, wordt de toorn van abt Steven plotseling overstemd door een schrik, die in hem opstormt: „Jonge Dirk! En beneden die bende Stichtsche boodschappers binnen Egmonds muren aan 't smarotsen!"

Eén gedachte nog maar, die abt Steven drijft: „Geen enkel oogenblik mag de jongen hier onbewaakt rondloopen, zoolang die troep niet tot den laatsten man goed en wel achter den horizon verdwenen is! — Want, wie kan weten of er onder die indringers niet de moordenaars schuilen van z n vader en z'n oom? Geen schaduw mogen ze zien, de onverlaten, van den Kennemer erfopvolger!"

In één opwinding haast abt Steven de trap af. Door de binnengang bereikt hij als voortgejaagd de schola. Hij vindt z'n zelfbeheersching eerst terug, als hij met de hand aan de deurklink de hooge stemmen van de scholieren hoort in samenzang. Hostem repellas longius, zingen ze. Pacemque dones protinus: Drijf onzen vijand verder voort — laat vrede heerschen ongestoord.

Bij den laatsten toon van de eerste strofe verschijnt vader-abt daar op den drempel. En eer de cantor den maatstok kan heffen, om het teeken tot herhalen te geven, wenkt vader-abt jonker Dirk weg achter het groote muziekboek op den lezenaar.