is toegevoegd aan uw favorieten.

Egmond-verhalen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

armen tegelijk al de geborduurde roode leeuwen, die op den rokzoom om z'n stevige beenen dansen. Met de tintelblauwe oogen naar den Meihemel, even tintelblauw daar boven de duinen, overlegt jonge Dirk in het heimelijke van z'n hart, of er soms geen kans is z'n vader Robrecht te laten weten, hem liever nu maar vast te komen halen. Hy, die de schildknaap van Robrecht den Fries zal worden, hier rondloopen in een zwarte kloosterpij en met een kaalgeschoren kruin?.... „Jullie waren juist aan 't zingen bij den cantor." Om hem bezig te houden heeft vader-abt z'n getijdenboek opgeslagen en reikt het hem over. „Hier — lees me eens voor, waar je gebleven was. Laat eens hooren."

Daar bloost Dirk van verlegenheid. Latijn lezen is voor hem het allermoeilijkste dat er bestaat! Ingespannen schuift hij den stuggen wijsvinger langs de letters, en stottert eindelijk: H o s t e m repellas longius.

„Zie zoo", zegt vader-abt dan, met z'n wijzen glimlach, „leer die strofe nu eens mooi van buiten. Zonder haperen moet je ze kunnen opzeggen. We zullen er voortaan onze gebeden mee beginnen

en mee besluiten, jij en ik „Drijf onzen

vqand verder voort. Laat vrede heerschen ongestoord."