is toegevoegd aan uw favorieten.

Egmond-verhalen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar den voet te zetten. Onzeker tusschen deze kreken en weteringen, speurden ze angstvallig ook nog naar hinderlagen. Er gingen onder hen immers schrikwekkende verhalen van mond tot mond over putten en kuilen op deze wadden en waarden, onder horren van stroo en graszoden verborgen

Bylo! Die Robrecht de Fries wist zich te verschansen! Zij, ze noemden hem niet anders meer dan den Graaf van de Wateren, naar den nieuwen bijnaam, dien hun heer de Bisschop voor hem had gevonden: Comes Aquaticus.

Met de breede rivieren tot z'n grachten en het machtige Vlaanderen van z'n vader tot achterland, wist hij den Stichtenaren de handen vol te geven. By al z'n krijgsbeleid vergat diezelfde Graaf van de Wateren geen oogenblik het dierbaar Egmond, daar in het eenzaam noorden. Zoo ver mogelijk hield hij er de mannen van bisschop Willem vandaan. Toch vond hij het beter, dat ook de abdij zelf ten allen tijde in staat van verdediging zou zijn, tot z'n eigen en aller geruststelling.

Zoo af en toe stevenden de besten van Robrecht's vertrouwelingen, als visschers verkleed, van de Zeeuwsche eilanden langs de kust in hun pinken noordwaarts naar Egmond. Ze landden dan dicht bij de Egmondsche duinkapel aan Sinte-Agnes toegewijd.

Ze kwamen aan de abdij, namens graaf Robrecht,