is toegevoegd aan uw favorieten.

Egmond-verhalen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Daar zijn ze!" Ze riepen 't hem allemaal na. Maar op zoo heel anderen toon. Geen blijdschap — enkel schrik, gróóte schrik! In een oogwenk was de slagorde voor Sint-Adelbert opeen- en uiteengestoven! Jonge bloodaards en oude sukkelaars klampten zich aan elkaar vast. De bangsten drongen om vader-abt heen. De dappersten zagen hem aan en wachtten op een teeken van hem, een bevel

Onderwijl bleef het schreeuwen en tieren voortgalmen, tegen de gevels op, de gangen in, heel de abdij door. Begeleid door een donder, die van bovenaf door het huis begon te rommelen: De broeders kwamen van den zolder stormen, gehelmd en geharnast als ze waren, zwaard en speer geveld.

„Te wapen!" schreeuwden ze.

Abt Steven hief de handen op, schudde met die beweging tgelijk alle oude en jonge helden van zich af, en riep „Pax! Pax!" Dat woord van hem, die leuze van den heiligen vader Benedictus, overstemde alles en bracht zwijgen. De ridder-monniken op de trap hielden stil en zagen naar hem als naar hun veldheer. Allen ging hij voorbij, allen vooruit den kant van het poorthuis uit. En allen staarden hem aan, staarden hem na, alsof de Aartsengel Michaël, de aanvoerder der Hemelsche heirscharen hun was verschenen. Was dit hun boeken-abt, deze kalme, zelf-zekere, vast-