is toegevoegd aan uw favorieten.

Egmond-verhalen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

streken is, zit vader-abt Steven tusschen den graaf en z'n vrouwe aan een met bloemen overstrooiden bruiloftsdisch. Tegenover hen de twee reisgenooten van den abt, Folcrijt en Anselm, priesters van Egmond. Hoe ze ook vroegen, zjj beiden, om een lagere plaats dan dezen voorrang tusschen de hovelingen en de overige gastvrienden van het gravenhuis, waaronder meer dan een Saksisch ridder, bloedverwant van gravin Othilde. De kostelijkste wijn uit de grafelijke kelders wordt uit gouden kannen in gouden bekers geschonken. Schotels met zeevisch en wildbraad gaan rond. Na de kapuinen met toespijs van geurige kruiden en sappige zomervruchten, volgen smakelijk dampende pasteien en bros gebak, goudgeel, druipend van boter en honing.

Wat schuw en stil, onthuis bij zooveel weelde, zit abt Steven smal en donker tusschen die twee stralend schoone en gelukkige jonge menschen, den achtentwintig-jarigen Dirk V en Othilde, bruidelijk in haar met paarlen en edelsteenen overglinsterd rozerood overkleed. IJl als morgendauw waast de sluier over het zonnig-blonde haar, door den smallen gouden hoofdband omsloten.

Daar wenkt de graaf den opperschenker. Hij laat den alouden grooten drinkhoren vullen, staat op en drinkt zjjn veelgeliefden gast welkom toe.