is toegevoegd aan uw favorieten.

Egmond-verhalen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jeugd, tot toetasten moet aansporen. Want de kostelijke schotels blijft hij, den een na den ander, met hetzelfde verstrooide schrikgebaar afweren. Alsof hij er zich eindelijk beter begint thuis te voelen, laat hij den blik dwalen door de weidsche halle, met haar glanzenden marmervloer en de geborduurde wandtapijten, wemelend van figuren in een kleurenrijkdom, die toch rustig aandoet. Vergulde kroonluchters hangen neer van de beschilderde balkenzoldering over den disch met zijn flonkerend vaatwerk. De schouw, de muurbeschotten, zetels en banken zijn rijk gebeeldhouwd, en de zomerzon straalt feestelijk door de bont geblazoeneerde glasvensters van de vier spitsboogramen in den buitenwand.

,,'t Is goed te zien", bewondert de abt, „de heer van dit huis is gewend aan koningshoven te verkeeren. Al werd hij dan in een klooster grootgebracht!"

„Vlaanderen, ons ballingsoord, leerde me prachtlievendheid. Zooals Egjnond ime ! de liefde tot den vrede heeft geleerd", bekent Dirk. „En, God zij lof en dank, de Graaf van Holland hoeft in z'n hof en staat niet onder te doen bij de weelde waarin z'n zusters mogen leven. Berta, koningin van Frankrijk, en Adelia, koningin van Denemarken en Noorwegen, 't Is meer tot haar eer dan uit eigen hoogmoed, vader-abt, dat wij hier