is toegevoegd aan uw favorieten.

Een man van vorstelijk karakter

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„U spreekt van geloften. Maar Uwe Majesteit begrijpt gemakkelijk, dat om eenige vastheid aan deze instelling te geven, het noodig is, dat de leden zich aan mij verbinden. Als 't eenieder geoorloofd was, zich te verwijderen naar verkiezing, zou er niet veel goeds tot stand gebracht worden! Maar ik heb ten allen tijde de macht, om hen, die zulks om billijke redenen verlangen, van alle verplichtingen te ontslaan. Maar zonder dat ontslag verlaat ons niemand."

De koning was gewonnen door dit voorzichtigzachte, en overwonnen door dit fiere, krachtige antwoord.

„Dat vind ik zeer billijk," zei hij gulweg en weer had hij zijn gewoon hartelijken toon tegenover zijn vriend terug: „Neen, neen, ik weet nu, dat ik verkeerd ben ingelicht. Ga maar gerust door. Ik weet, wat ik te antwoorden heb. Gij hebt mijn toestemming."

In 1845 installeerden zich in het Fratershuis de eerste drie leden, spoedig door hun pupillen, de weesjongens, gevolgd. Als Superior trad op de Eerw. Heer J. De Beer. Later, na zijn noviciaat bij de Paters der H.H. Harten en zijn priesterwijding, werd hij tot Algemeene Overste van de Congregatie benoemd en bleef in die bediening tot het jaar 1900.

Feitelijk held de bisschop zelf de leiding in handen, zoolang hij te Tilburg verbleef, dus tot 1854, toen hij naar Huize Gerra vertrok.

Volgens het oorspronkelijke plan van Mgr. Zwijsen zou de Congregatie onder haar leden eenige priesters tellen, belast met de geestelijke